600.000 langdurig zieken en toch krijgen we een goednieuwsshow
België stevent af op 600.000 langdurig zieken en een factuur van bijna 12 miljard euro per jaar. Opmerkelijk genoeg brengen de mainstreammedia vooral verhalen over “lichtpuntjes” en “positieve signalen”, terwijl België steeds verder wegzakt als zieke man van Europa. Nederland en Duitsland scoren intussen veel beter.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
België is uitgegroeid tot de zieke man van Europa, maar in plaats van fundamentele hervormingen krijgen we een goednieuwsshow over “lichtpuntjes” terwijl de factuur en de inactiviteit blijven ontsporen.
België stevent af op 600.000 langdurig zieken. De kostprijs loopt richting 12 miljard euro per jaar. Toch slagen de mainstreammedia erin om in die cijfers vooral “lichtpuntjes” te ontdekken. Omdat de stijging dit jaar iets minder scherp is dan voordien, krijgen we analyses over “voorzichtig optimisme” en “positieve signalen”. Alsof een ontsporing plots beheersbaar wordt omdat ze iets trager verloopt.
Dat is absurd. Wie naar de Riziv-grafieken kijkt, ziet geen stabilisering maar een systeem dat al meer dan twintig jaar ontspoort. Eind jaren negentig telde België nog minder dan 200.000 langdurig zieken. Vandaag zijn dat er meer dan 576.000. Sinds 2010 gaat de curve bijna verticaal omhoog.
En toch luidt de conclusie: er zijn “lichtpuntjes”. Welke precies? Dat we misschien nét geen 600.000 langdurig zieken halen dit jaar? Dat de explosie iets minder snel gaat dan vroeger? Het is alsof we opgelucht moeten zijn omdat een zinkend schip vandaag iets trager water maakt.
België is de zieke man van Europa
Wat in de berichtgeving opvallend vaak ontbreekt, is de internationale vergelijking. Alsof deze ontsporing overal in Europa even ernstig zou zijn. Dat klopt niet. Volgens de Hoge Raad voor Werkgelegenheid is in België 7,2 procent van de beroepsbevolking langdurig ziek of invalide. Daarmee behoort ons land tot de slechtste leerlingen van Europa.
In Duitsland ligt dat cijfer rond 4 procent. In Frankrijk eveneens. Nederland zit volgens officiële WIA-cijfers rond 4,2 procent van de beroepsbevolking. België scoort dus structureel slechter dan de buurlanden én gaat sneller achteruit.
Duitsland heeft bijna acht keer meer inwoners dan België, maar slaagt er proportioneel veel beter in mensen actief te houden of opnieuw richting werk te begeleiden. Nederland werkt bovendien met een veel strikter re-integratiemodel, waarbij werkgevers, arbeidsartsen en werknemers sneller verantwoordelijkheid opnemen en langdurige passiviteit veel minder wordt genormaliseerd.
In België blijven mensen vaak jarenlang hangen tussen ziekenfonds, adviserend arts, administratie en werkgever zonder duidelijk traject terug naar werk. België is vandaag simpelweg de zieke man van Europa.
De factuur wordt onhoudbaar
Dit dossier gaat al lang niet meer alleen over volksgezondheid. Het gaat over de houdbaarheid van de Belgische welvaartsstaat. De uitgaven voor langdurige ziekte-uitkeringen zijn op tien jaar tijd verdubbeld en bedragen vandaag meer dan 9 miljard euro. Sommige ramingen spreken ondertussen zelfs over bijna 12 miljard euro per jaar. Dat is meer dan dubbel zoveel als de kost van werkloosheid.
De Nationale Bank noemde die stijging al “onhoudbaar”. En toch blijft de politieke reactie opvallend lauw. Zelfs nu de hervormingen vertraging oplopen en opnieuw honderden miljoenen euro’s extra in het begrotingsgat verdwijnen, blijft de bevoegde minister spreken over “positieve signalen”. Dat toont vooral hoe laag de lat ondertussen ligt.
Want de harde waarheid is eenvoudig: mensen die werken in België betalen zich blauw aan belastingen omdat België een gigantische groep niet-actieven financiert. Niet alleen werklozen, maar steeds meer langdurig zieken. De rekening van die explosie komt terecht bij een steeds kleinere groep werkenden.
Los het probleem van langdurige ziekte structureel op, en een groot deel van het Belgische begrotingsprobleem wordt automatisch beheersbaar.
Zes jaar Vandenbroucke en het probleem blijft groeien
Na zes jaar bevoegdheid van minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) moeten we eerlijk durven vaststellen dat het beleid zijn doel mist. In plaats van een duidelijke daling van het aantal langdurig zieken zien we vooral een steeds hogere factuur en steeds meer mensen buiten de arbeidsmarkt.
Nochtans wil een groot deel van de langdurig zieken opnieuw werken. Volgens IDEWE wil 80 procent opnieuw aan de slag. Werk betekent immers meer dan inkomen alleen. Het biedt structuur, sociale contacten en opnieuw perspectief.
Toch blijft een echt structureel re-integratiebeleid uit. In de praktijk lijkt de focus van de minister vandaag veel meer te liggen op controle en disciplinering van zorgverleners dan op het effectief activeren van langdurig zieken. Alsof artsen en zorgverstrekkers de oorzaak zouden zijn van een systeem dat al jaren structureel ontspoort.
Toch blijft het verbazen hoe weinig kritische vragen daarover gesteld worden. Terwijl het aantal langdurig zieken blijft exploderen, lijken grote delen van de media er nog altijd niet in te slagen de communicatie van Vandenbroucke te doorprikken.
Arts Nikolas De Meurechy verwoordt het scherp: “Mocht het voor de meerderheid nog niet duidelijk zijn, het activeren van langdurig zieken is niet waar de focus van de minister ligt. Enkele proactieve, weinig functionele maatregelen moeten de rest van de meerderheid koest houden, maar de echte focus ligt vooral op het controleren en in de tang nemen van de zorgverleners.”
Ondernemers worden opnieuw de melkkoe
In plaats van het systeem grondig te hervormen, kiest de regering opnieuw voor de gemakkelijkste Belgische reflex: de rekening doorschuiven naar ondernemingen.
Bedrijven moeten almaar meer bijdragen betalen en financieel mee opdraaien voor langdurige ziekte. De zogenaamde “solidariteitsbijdrage”, waarbij ondernemingen 30 procent van de ziekte-uitkering moeten betalen, is daar het perfecte voorbeeld van. Solidariteit klinkt sympathiek, maar in werkelijkheid gaat het gewoon om een extra verhoging van de loonkosten.
De redenering wordt zelfs ronduit absurd wanneer ondernemingen mee verantwoordelijk dreigen te worden voor werknemers die langdurig uitvallen na een ongeval buiten het werk. Een sportongeval tijdens het weekend of een valpartij tijdens een fietstocht kan dus mee een kost worden voor het bedrijf.
Dat zegt veel over het wereldbeeld achter dit beleid. Ondernemers worden te vaak behandeld als automatische financiers van een systeem dat structureel vastloopt. Terwijl de realiteit net is dat bedrijven werknemers opnieuw perspectief willen geven op werk. Niet alleen omdat dat economisch logisch is, maar ook omdat niemand gebaat is bij langdurige uitval.
Het echte probleem is de normalisering
Misschien is dat uiteindelijk nog het meest verontrustende van alles: hoe normaal België deze ontsporing ondertussen is beginnen vinden. Een grafiek die bijna verticaal omhoogschiet richting 600.000 langdurig zieken zou in elk ernstig land aanleiding geven tot crisisberaad en harde hervormingen. In België leidt ze vooral tot verhalen over “lichtpuntjes”. En net dat is het echte probleem.