Amerikaanse ambassadeur Bill White zet druk op België: “We verwachten iets terug”
De Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, is geen diplomaat volgens het boekje. In een uitgebreid gesprek met HLN toont hij zich zoals hij zichzelf ziet: een dealmaker, recht voor de raap en niet bang om op tenen te staan. Grote gestalte, scherp pak, zelfvertrouwen dat de ruimte vult. Zelfs het kunstwerk in zijn residentie met de woorden “FEAR LESS” lijkt zijn stijl samen te vatten. Zijn boodschap aan België is duidelijk: er liggen kansen, maar ook verwachtingen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
- De Amerikaanse ambassadeur Bill White zet België onder druk om meer te doen voor terreurslachtoffers en militair engagement te tonen, terwijl hij tegelijk inzet op miljarden¬deals tussen beide landen.
- Met zijn directe stijl en uitgesproken uitspraken positioneert hij zich als dealmaker die samenwerking zoekt, maar ook duidelijke verwachtingen stelt.
“50 miljard? Dat ga ik overschrijden”
White kwam naar België met een concrete opdracht van Donald Trump: 50 miljard dollar aan economische deals sluiten. Hij herinnert zich hoe hij dat cijfer eerst in vraag stelde. België is geen Qatar, was zijn reflex. Maar die twijfel lijkt intussen verdwenen. Nog geen jaar na zijn start zegt hij dat de doelstelling al in zicht is en zelfs overschreden zal worden. Hij verwijst naar een stroom aan contacten met CEO’s en bedrijven, en naar concrete projecten. Zo plant UCB een investering van 5 miljard dollar in de Verenigde Staten, een dossier dat hij zelf mee opvolgt.
White beschrijft België als een economische uitzondering. Een klein land dat toch een van de belangrijkste handelspartners van de VS is. De combinatie van innovatie, industrie en internationale verankering maakt indruk. “Amazing”, noemt hij het, zichtbaar op zijn gemak in de rol van economische ambassadeur.
Het toeval dat zijn leven redde
Achter de bravoure zit ook een persoonlijk verhaal dat zijn optreden mee kleurt. De aanslagen van 11 september 2001 blijven een kantelpunt. White had die dag in de Twin Towers moeten zijn voor een afspraak, maar zegde af omdat zijn vriend “altijd minstens een half uur te laat komt”. Dat detail, bijna banaal, redde zijn leven. Drie vrienden hadden dat geluk niet. Twee van hen waren brandweermannen die hij zelf had opgeleid in zijn periode bij de hulpdiensten in de Bronx. Hij spreekt er nog altijd zichtbaar emotioneel over, zeker na herdenkingsmomenten zoals die in Brussel.
Die ervaring vertaalt zich vandaag in een duidelijke prioriteit. White wil dat slachtoffers van terrorisme en hun nabestaanden correct behandeld worden. Hij zegt dat hij signalen kreeg dat dat in België niet altijd gebeurt. Zijn reactie is typisch voor zijn stijl: hij wil uitzoeken wie verantwoordelijk is, en druk zetten waar nodig, zowel binnen de overheid als bij verzekeringsmaatschappijen.
“The Tiger of Belgium” en een “cute” minister
In de Belgische politiek valt White op door zijn ongefilterde aanpak. Hij beweegt zich vlot tussen partijen en zoekt actief contact met politici uit verschillende strekkingen, onder wie Frank Vandenbroucke, Conner Rousseau en Raoul Hedebouw.
Zijn stijl blijft daarbij persoonlijk en soms verrassend licht. Over Vandenbroucke zegt hij zonder omwegen dat hij hem “cute” vond tijdens een herdenkingsplechtigheid, een moment dat hij ook deelde op Instagram, zonder uitleg. Tegelijk wil hij met hem in gesprek over de aanpak van terreurslachtoffers, in de overtuiging dat daar vooruitgang mogelijk is.
Voor Bart De Wever heeft hij uitgesproken lof. Hij noemt hem een premier die “katten bijeen drijft en met olifanten jongleert”, een beeld dat de complexiteit van de Belgische politiek goed samenvat. En Theo Francken doopt hij om tot “The Tiger of Belgium”: iemand die tegelijk vriendelijk en onvoorspelbaar kan zijn. “Je kan hem aaien, maar plots haalt hij uit en brult hij.” Het typeert hoe White naar politiek kijkt. Niet alleen ideologie telt, maar ook persoonlijkheid, energie en onderhandelingskracht.
Eerst iets zoeken dat je wél leuk vindt
White benadrukt dat hij niemand als vijand ziet. Zijn aanpak vertrekt vanuit een eenvoudige regel: zoek eerst iets wat je kan waarderen in iemand, zelfs als je tien andere dingen hebt waar je het niet mee eens bent. Die houding komt recht uit de zakenwereld. Discussies en conflicten zijn geen eindpunt, maar een onderdeel van het proces. Je kan stevig botsen en daarna opnieuw aan tafel zitten. Hij verwijst daarbij naar zijn jarenlange relatie met Donald Trump, van wie hij zegt dat die altijd op zoek blijft naar een deal.
Dat vertaalt zich ook in concrete voorstellen. White ziet mogelijkheden tot samenwerking rond thema’s zoals betaalbaar wonen, waar volgens hem raakvlakken bestaan tussen Amerikaanse en Belgische prioriteiten.
“Voor één keer dat wij hulp vragen”
Op internationaal vlak verandert de toon. White verwacht dat België zich engageert in de Straat van Hormuz, een van de belangrijkste maritieme routes voor olie en gas. De vraag kadert in een bredere context van spanningen en onzekerheid, met de oorlog in Iran en aanvallen op energie-infrastructuur.
De gevolgen zijn wereldwijd voelbaar, ook in België. De lng-haven van Zeebrugge speelt een sleutelrol, en verstoringen in de bevoorrading kunnen nog jaren doorwerken. White wijst op initiatieven waarbij Belgische spelers zoals Fluxys in contact worden gebracht met grote Amerikaanse lng-bedrijven om de impact te beperken.
Tegelijk klinkt er duidelijke teleurstelling. De Verenigde Staten springen volgens hem vaak bij wanneer bondgenoten hulp nodig hebben. Nu ze zelf steun vragen, verwacht hij een antwoord. Niet noodzakelijk groot, maar wel zichtbaar. “Voor die ene keer dat wij hulp vragen, zou het leuk zijn dat België íéts doet.”
Geen diplomaat, maar dealmaker
Wat vooral opvalt: White blijft consequent in zijn rol. Hij ziet zichzelf niet als een klassieke ambassadeur, maar als een onderhandelaar die resultaten moet boeken. Hij combineert economische dossiers, politieke contacten en persoonlijke overtuigingen in één aanpak. Zijn stijl is direct, soms confronterend, maar zelden vrijblijvend. België krijgt van hem tegelijk lof en druk. Het land heeft volgens hem alles in huis om een sterke partner te zijn. Maar partnerschap, zo maakt hij duidelijk, werkt in twee richtingen.