Belgen reisden 32 miljoen keer in 2025, maar Statbel roept op tot voorzichtigheid
De Belgen hebben in 2025 32 miljoen reizen van minstens één nacht gemaakt, zo blijkt uit de voorlopige resultaten van de enquête van Statbel over vakanties en reizen. Bijna een derde van die verplaatsingen vond plaats in België, meldt het Belgische statistiekbureau.
Gepubliceerd door Redactie
Samenvatting van het artikel
Belgen reisden in 2025 massaal in binnen- en buitenland, maar door een nieuwe meetmethode waarschuwt Statbel dat de cijfers niet zomaar met vorige jaren vergeleken mogen worden.
Zoals elk jaar blijft de zomer de populairste periode. Tussen juli en september werden 12,3 miljoen reizen geregistreerd, goed voor bijna 40% van het jaartotaal. Het zomerseizoen blijft dus het grootste deel van de vertrekken concentreren.
9,8 miljoen reizen in België
Van de 32 miljoen geregistreerde reizen vonden er 9,8 miljoen plaats in België. De Kust en de Ardennen voeren duidelijk de lijst van binnenlandse bestemmingen aan, met elk bijna 3 miljoen verblijven. Twee klassiekers die hun aantrekkingskracht bij Belgische vakantiegangers opnieuw bevestigen.
Reizen naar het buitenland blijven echter in de meerderheid. De Belgen maakten 22 miljoen verplaatsingen buiten het land. Meer dan 18 miljoen daarvan, of 80%, vonden plaats binnen de Europese Unie. Niet verrassend staat Frankrijk ruim bovenaan de ranglijst, met 7 miljoen reizen, gevolgd door Nederland (2,7 miljoen) en Spanje (2,3 miljoen).
12 miljoen daguitstappen naar het buitenland
Statbel telde ook meer dan 12 miljoen daguitstappen naar het buitenland, zonder overnachting.
Het Belgische statistiekbureau benadrukt wel een belangrijk punt: de cijfers van 2025 zijn niet langer rechtstreeks vergelijkbaar met die van de voorgaande jaren. De enquête is overgeschakeld van een driemaandelijkse naar een maandelijkse bevraging. Die methodologische wijziging verkleint de geheugenbias bij respondenten en leidt ertoe dat meer reizen worden geregistreerd, vooral korte verblijven. Met andere woorden: de schijnbare stijging weerspiegelt ook een fijnere meting van de verplaatsingen.