Belgen willen een flexi-job, maar tegelijk minder werken in hun hoofdberoep
Vervangen flexi-jobs deels het klassieke werk? Van de werknemers die overwegen een flexi-job uit te oefenen, denkt 22% eraan om minder te werken in hun hoofdberoep. Bij arbeiders loopt dat aandeel op tot 43%, blijkt uit een onderzoek van Partena Professional.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
22% van de werknemers die de komende twaalf maanden een flexi-job overweegt, is van plan minder te werken in het hoofdberoep.
Zou het succes van de flexi-jobs een ongewenst neveneffect hebben op de Belgische arbeidsmarkt? Nu de federale regering op zoek is naar meerdere miljarden euro om de begroting rond te krijgen, ligt die vraag opnieuw op tafel.
Een van de mogelijke maatregelen is een aanpassing van het voordelige statuut dat flexi-jobbers genieten. Een van de doelstellingen zou zijn om te voorkomen dat werknemers vrijwillig minder gaan werken in hun hoofdberoep om die uren te vervangen door werk dat ze uitvoeren onder het fiscaal gunstigere flexi-jobstatuut.
Een nieuw onderzoek van Partena Professional, uitgevoerd bij 1.000 Belgische werknemers, toont aan dat dit fenomeen niet louter theoretisch is.
Van de mensen die overwegen om de komende twaalf maanden een flexi-job uit te oefenen, zegt 22% dat ze van plan zijn minder te werken in hun hoofdberoep om dat mogelijk te maken.
“Voor zover ik weet, is dit de eerste concrete aanwijzing voor de vervanging van reguliere arbeid door flexi-jobs, iets waarvoor al langer wordt gevreesd”, stelt Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de UGent, die de resultaten van het onderzoek analyseerde.
Bij arbeiders loopt het aandeel op tot 43%
Het fenomeen is vooral uitgesproken bij arbeiders.
Van de arbeiders die overwegen om de komende twaalf maanden een flexi-job te nemen, denkt 43% eraan om minder te werken in hun hoofdberoep. Bij bedienden ligt dat aandeel aanzienlijk lager, op 19,2%, en bij ambtenaren nog lager, op 10,2%.
Ook op andere vlakken zijn er verschillen. Mannen overwegen deze mogelijkheid vaker dan vrouwen: 28,6% tegenover 15,3%.
Ook de leeftijd speelt een rol. Van de betrokken werknemers jonger dan 35 jaar overweegt 31,9% om minder uren te werken in hun hoofdberoep. Bij werknemers tussen 35 en 54 jaar bedraagt dat percentage 13,3%.
Bovendien gaat het niet alleen om plannen. Van de werknemers die de afgelopen twaalf maanden daadwerkelijk een flexi-job hebben uitgeoefend, zegt 17,3% dat ze om die reden al minder zijn gaan werken in hun hoofdberoep.
“Een eerste concrete aanwijzing voor een verdringingseffect”
Precies dat cijfer baart Stijn Baert zorgen. De econoom ziet hierin een mogelijk verdringingseffect (crowding-out), waarbij flexi-jobs de plaats innemen van reguliere arbeid.
“Dat is uiteraard behoorlijk problematisch, want dit is vrijwel de eerste concrete aanwijzing voor een verdringingseffect”, legt hij uit.
Het probleem heeft onder meer een budgettaire dimensie. Volgens de econoom bestaat het risico dat gewone werkuren, waarop meer belastingen en sociale bijdragen worden geheven, worden vervangen door flexi-joburen die minder bijdragen aan de financiering van de sociale zekerheid.
Dat is bijzonder gevoelig op een moment waarop de federale regering op zoek is naar extra inkomsten en nadenkt over de fiscale en sociale behandeling van flexi-jobs.
Waarom kiezen werknemers voor een flexi-job? Vooral om netto meer over te houden
Het onderzoek maakt ook duidelijk waarom werknemers voor dit systeem kiezen.
De motivatie is in de eerste plaats financieel. Van de mensen die de afgelopen twaalf maanden een flexi-job hebben uitgeoefend of overwegen dat binnenkort te doen, zegt 59,4% dat ze daarvoor kiezen omdat ze er netto meer aan overhouden dan aan een gewone job.
Flexibiliteit staat met 22,9% van de antwoorden op ruime afstand op de tweede plaats. Slechts 9,1% noemt de mogelijkheid om ervaring op te doen in een andere sector of functie als belangrijkste reden. Nog eens 8,6% wil vooral meer afwisseling in het werk.
Ook tussen de taalgemeenschappen zijn er verschillen in de motieven.
Bij de Franstaligen noemt 67,1% het financiële voordeel als belangrijkste motivatie, tegenover 53,8% van de Nederlandstaligen. Die laatsten hechten dan weer meer belang aan flexibiliteit: 30,9%, tegenover slechts 11,9% bij de Franstaligen.
Een flexi-job blijft een volwaardige arbeidsovereenkomst
Partena Professional benadrukt wel dat het gunstige statuut van flexi-jobs niet betekent dat deze werknemers verstoken blijven van de gebruikelijke bescherming van het arbeidsrecht.
Sinds 1 juli 2026 staat het systeem in principe open voor alle sectoren.
Flexi-jobbers kunnen onder meer recht hebben op premies en voordelen die hun werkgever toekent op basis van de wet of een collectieve arbeidsovereenkomst. Het kan bijvoorbeeld gaan om nacht- of zondagspremies, overloon of een eindejaarspremie. Maaltijdcheques en ecocheques zijn afhankelijk van de sectorale regels.
Ook bij ziekte gelden de algemene regels. Onder de wettelijk bepaalde voorwaarden kan de werknemer aanspraak maken op gewaarborgd loon.
“Het hardnekkige misverstand blijft bestaan dat een flexi-job een uitgeklede versie van een arbeidsovereenkomst zou zijn. Dat klopt niet”, benadrukt Caroline Lefaible, Chief Operating Officer bij Partena Professional.
Het flexi-vakantiegeld, dat 7,67% bedraagt, wordt rechtstreeks samen met het flexi-loon uitbetaald.
Ook de regels rond arbeidsduur, pauzes en overuren blijven van toepassing.
De regering staat voor een moeilijk evenwicht
De cijfers van Partena Professional voeden dan ook rechtstreeks het politieke debat.
Enerzijds bieden flexi-jobs werknemers de mogelijkheid om hun nett inkomen te verhogen. Tegelijk kunnen bedrijven gemakkelijker extra personeel inzetten om bepaalde personeelsbehoeften of piekperiodes op te vangen.
Anderzijds dreigt het systeem een effect te krijgen waarvoor het oorspronkelijk niet bedoeld was: als werknemers hun gewone beroepsactiviteit vrijwillig verminderen om de voorkeur te geven aan fiscaal voordeligere flexi-jobs, kunnen die geleidelijk bepaalde reguliere werkuren vervangen in plaats van ze louter aan te vullen.
Precies dat evenwicht zal de regering in rekening moeten brengen als ze beslist om het flexi-jobstatuut opnieuw aan te passen.