De Benelux-optie: de redding van België? (opinie)
De Benelux-optie krijgt in Franstalig België weinig aandacht, maar zou volgens deze opinie de enige manier kunnen zijn om België binnen een groter staatsverband te laten voortbestaan. Opinie van Pascal Lefèvre, politiek columnist in de Franstalige Belgische pers.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Deze opinie verkent de oprichting van een nieuwe Beneluxstaat als alternatief voor een eventuele splitsing van België en benadrukt de economische, internationale en institutionele voordelen van zo’n constructie.
In Franstalig België heeft de Benelux-optie als mogelijk alternatief voor de huidige Belgische staatsstructuur nauwelijks weerklank gevonden. Alleen de uitspraken hierover van premier Bart De Wever en Vlaams minister-president Matthias Diependaele (beiden N-VA) kregen enige aandacht in de media (zie onder meer de reacties op hun pro-Beneluxverklaringen op NPO Radio 1 en de uitspraken van De Wever tijdens de HJ Schoo-lezing in Amsterdam in 2025).
Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de overgrote meerderheid van de Franstaligen gekant is tegen een eventuele splitsing van het land.
Maar zelfs als men geen voorstander is van een dergelijke scheiding : en dat geldt momenteel ook nog steeds voor de meerderheid van de Vlamingen : zou men toch buiten de gebaande paden moeten durven denken en zich voorbereiden op mogelijke alternatieven, mocht het ooit zover komen.
Zover zijn we uiteraard nog niet. Maar als het ooit zover zou komen, zijn verschillende scenario’s en tussenstappen denkbaar: een verdere uitbouw van het federalisme, de omvorming van België tot een confederale staat, enzovoort.
Mocht het uiteindelijk tot het volledige uiteenvallen van België komen, dan zouden er wellicht waarschijnlijk aanvankelijk twee onafhankelijke staten ontstaan: Vlaanderen en Wallonië, al dan niet met Brussel als onderdeel van één van beide entiteiten. Vervolgens zou, onmiddellijk of geleidelijk, kunnen worden gestreefd naar een aansluiting van Vlaanderen bij Nederland en/of van Wallonië bij Frankrijk, waarbij opnieuw de vraag rijst welk lot Brussel in dat geval beschoren zou zijn.
Maar er bestaat nog een andere mogelijkheid, die veel minder aandacht krijgt en aan Franstalige kant zelfs vrijwel volledig buiten beeld blijft: de reeds eerder vermelde oprichting van een nieuwe Beneluxstaat.
Nochtans is dit zonder enige twijfel de enige optie voor wie België, in de één of andere vorm, wil zien voortbestaan!
Het zou niet alleen de enige maar misschien ook de beste keuze kunnen zijn.
Het gezamenlijke bruto binnenlands product van de drie landen (ongeveer 1.900 miljard euro) zou van de Benelux de vierde economie van de Europese Unie maken, niet ver achter Italië, en deze staat wereldwijd in de top twintig plaatsen. Hele sectoren van de economie zouden aanzienlijk worden versterkt, met name bijvoorbeeld de chemische en farmaceutische industrie, de voedingssector, de informatie- en communicatietechnologie, de financiële dienstverlening en de hernieuwbare energie. En dan hebben we het nog niet eens over de synergieën en de verdere ontwikkeling in andere branches zoals de havenactiviteiten (Rotterdam, Antwerpen, Zeebrugge…) of de transportsector.
Met een oppervlakte van 70.000 km² en 30 miljoen inwoners zou de Benelux bovendien de thuisbasis zijn van een indrukwekkend aantal internationale instellingen en organisaties: het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, de Europese Raad, de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie en de NAVO in Brussel, het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Europese Investeringsbank in Luxemburg, enzovoort.
Uiteraard zou dit aan een stel voorafgaande voorwaarden moeten voldoen, waaronder : niet in de laatste plaats : de instemming van alle betrokken partijen (Nederland, Vlaanderen, de Franstaligen, de Duitstaligen en Luxemburg), evenals overeenstemming over de concrete modaliteiten: welke staatsvorm zou de nieuwe Beneluxstaat aannemen (een federale structuur lijkt daarbij vrijwel onvermijdelijk)? Wat zou er gebeuren met de respectieve koningshuizen? Hoe zouden de rechten van de Franstalige en Duitstalige taalminderheden het best kunnen worden gewaarborgd? Enzovoort.
Bovendien valt niet uit te sluiten dat één of meer potentiële partners, bijvoorbeeld Luxemburg, geen belangstelling zouden hebben voor een dergelijke unie.
De voordelen zouden echter ruimschoots opwegen tegen de nadelen, op economisch en internationaal vlak (zie hierboven).
Voor de Franstaligen en Duitstaligen van ons land, die zouden vrezen een te kleine minderheid te vormen tegenover een overweldigende Nederlandstalige meerderheid, zou het federale Zwitserland als voorbeeld kunnen dienen. Zwitserland telt vier nationale taalgroepen: ongeveer 61% Duitstaligen, 23% Franstaligen, 8% Italiaanstaligen en 0,4% Reto-Romaanstaligen. Toch lijkt geen van deze taalgroepen zich er structureel benadeeld te voelen.
De Benelux-optie lijkt vandaag misschien nog een politieke utopie en de splitsing van België is niet aan de orde van de dag. Maar de geschiedenis van de Lage Landen leert ons dat grenzen, staten en instellingen nooit voor eeuwig zijn. Indien België ooit voor de keuze zou komen te staan tussen uiteenvallen en opgaan in een groter constructie, zou de paradox wel eens kunnen zijn dat het land alleen kan blijven voortbestaan door zichzelf opnieuw uit te vinden.
België zou dan misschien als zelfstandige staat verdwijnen, maar binnen een groter, rijker en meer belovend staatsverband blijven voortbestaan. En wie weet: misschien ligt de toekomst van België uiteindelijk wel in een heruitgevonden versie van de historische Zeventien Provinciën.