“In Brussel betaalt 70 procent van de bevolking geen belastingen”: Rik Van Cauwelaert pleit voor een nieuwe staatshervorming
In Terzake maakte Rik Van Cauwelaert een scherpe analyse van de sociaaleconomische situatie in Brussel. Volgens de opiniemaker betaalt 70 procent van de inwoners geen personenbelasting, terwijl 15 procent van de bevolking tot 95 procent van die belasting zou betalen.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Rik Van Cauwelaert stelt dat 70 procent van de Brusselaars geen personenbelasting betaalt en pleit voor een nieuwe staatshervorming om de structurele problemen van de hoofdstad aan te pakken.
De cijfers zijn opvallend en de diagnose is onomwonden. Rik Van Cauwelaert was te gast in Terzake en wees op de extreme concentratie van de personenbelasting in Brussel en op de armoede die een aanzienlijk deel van de inwoners van de hoofdstad treft.
“In Brussel betaalt 70 procent van de bevolking geen belastingen”, stelde hij aanvankelijk, om vervolgens te verduidelijken dat hij het over de personenbelasting had. Volgens hem zou “90 tot 95 procent” van die belasting worden betaald door slechts 15 procent van de Brusselse bevolking.
De voormalige hoofdredacteur van Knack stelt de situatie evenwel niet voor als het gevolg van een eenvoudige fiscale keuze. Hij koppelt ze rechtstreeks aan de sociale situatie in de hoofdstad: “Brussel is van alle hoofdsteden van de Europese Unie de stad met de grootste armoede”, beweert hij. Hij verwijst daarbij naar een aandeel van 34 procent van de bevolking dat in armoede of bestaansonzekerheid leeft.
De beschikbare officiële cijfers bevestigen in elk geval dat de sociale situatie in Brussel aanzienlijk moeilijker is dan in een groot deel van het land. Statbel stelde in 2025 nog vast dat 7,4 procent van de Brusselaars aangaf om financiële redenen zijn facturen niet op tijd te kunnen betalen, tegenover 5,1 procent van de Belgische bevolking.
Een bijzonder smalle fiscale basis
Het is precies die combinatie van aanzienlijke armoede en een sterke concentratie van de fiscale bijdrage die Rik Van Cauwelaert problematisch vindt. Een aanzienlijk deel van de inwoners beschikt over te lage inkomens of bevindt zich in een fiscale situatie waarin ze niet of nauwelijks bijdragen aan de personenbelasting, terwijl een veel kleinere groep Brusselaars het grootste deel van de inkomsten uit die belasting opbrengt.
De opiniemaker verwijst onder meer naar Sint-Joost-ten-Node, een van de armste gemeenten van het Gewest, om de omvang van de interne verschillen in Brussel te illustreren.
De situatie krijgt extra gewicht nu de financiën van het Brussels Gewest al enkele jaren aanleiding geven tot toenemende bezorgdheid. Het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse volgt zelf de gewestelijke begrotingssituatie en de evolutie van de schuld op.
Het is wel belangrijk om een onderscheid te maken tussen de beschikbare officiële gegevens en de cijfers die in Terzake naar voren werden geschoven. In de geraadpleegde statistische publicaties vonden we geen recente reeks die rechtstreeks aantoont dat 70 procent van de volledige Brusselse bevolking geen personenbelasting zou betalen of dat 15 procent daarvan precies 90 tot 95 procent voor zijn rekening zou nemen. Die percentages moeten daarom aan Rik Van Cauwelaert worden toegeschreven en mogen niet als vaststaande officiële statistieken worden voorgesteld.
“Dit vereist een nieuwe staatshervorming”
Volgens Rik Van Cauwelaert gaat het probleem echter verder dan het Brusselse begrotingsbeleid alleen en raakt het rechtstreeks aan de Belgische institutionele structuur.
“Het is een probleem”, stelt hij. “En dat zal, hoe dan ook – en Paul Magnette weet dat ook – een nieuwe staatshervorming vereisen.”
Het argument raakt aan een bekende bijzonderheid van Brussel: het Gewest concentreert veel economische activiteit en tal van banen waarvan de werknemers in Vlaanderen of Wallonië wonen. De personenbelasting is daardoor grotendeels gekoppeld aan de woonplaats van de belastingplichtige, en niet aan de plaats waar de rijkdom wordt gecreëerd. Het debat over de financiering van Brussel gaat dan ook verder dan de armoedeproblematiek en raakt aan de financieringsmechanismen tussen de deelstaten.
De vaststelling van Van Cauwelaert komt op een moment waarop de economische en financiële situatie van Brussel al volop onderwerp is van politiek debat. De meest recente regionale vooruitzichten, die in juli werden gepubliceerd door het Federaal Planbureau en de regionale statistiekdiensten, blijven de economische activiteit, de arbeidsmarkt, de inkomens van huishoudens en de overheidsfinanciën van de hoofdstad gezamenlijk opvolgen.
Voor de Vlaamse opiniemaker is de conclusie in elk geval institutioneel: een hoofdstad waar de armoede zo groot blijft en waar de basis voor de inkomstenbelasting volgens zijn cijfers zo smal is, zal haar problemen op lange termijn niet kunnen oplossen met louter budgettaire bijsturingen. De volgende staatshervorming zal zich volgens hem over die problematiek moeten buigen.