Merz zet Duitsland op dieet: minder belastingen, strengere ziektebriefjes en later met pensioen
Drie jaar economische stilstand, een slabakkende industrie en een regering die in de peilingen terrein verliest. Tegen die achtergrond lanceert de Duitse bondskanselier Friedrich Merz een ingrijpend hervormingspakket. Met 34 maatregelen wil hij de grootste economie van Europa opnieuw laten groeien.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Met 34 hervormingen wil bondskanselier Friedrich Merz de Duitse economie opnieuw concurrentiekracht geven én het vertrouwen van de kiezer terugwinnen.
Duitsland was jarenlang de economische motor van Europa. Intussen kampt het land met hardnekkige problemen. De industrie lijdt onder de hoge energieprijzen, de concurrentie uit China, Amerikaanse invoerheffingen en een zwakke export. Bovendien halveerde de regering onlangs haar groeiverwachting voor 2026 tot amper 0,5 procent.
Ook grote bedrijven voelen de druk. Zo lekte vorige week nog een nieuw saneringsplan uit bij Volkswagen, waarin sprake is van 100.000 banen die zouden verdwijnen en vier Duitse fabriekssluitingen.
Daarom presenteerde Merz een pakket van 34 hervormingen. "We willen Duitsland weer op het juiste spoor krijgen", verklaarde hij. Na maanden van spanningen binnen zijn coalitie wil de bondskanselier tonen dat zijn regering opnieuw knopen kan doorhakken.
Belastingverlaging van 10 miljard euro
De meest zichtbare maatregel is een belastingverlaging van 10 miljard euro per jaar voor lage en middeninkomens. Een gezin met twee kinderen en een jaarinkomen van 60.000 euro zou daardoor jaarlijks ruim 600 euro minder belastingen betalen.
Tegelijk stijgt het hoogste belastingtarief van 45 naar 47 procent voor inkomens boven 280.000 euro per jaar. Daarmee vond de coalitie een compromis tussen de christendemocraten van Merz, die lagere belastingen wilden, en de sociaaldemocraten, die hogere inkomens meer wilden laten bijdragen.
Werkgevers reageren echter verdeeld. Ze verwelkomen de lastenverlaging en de administratieve vereenvoudiging. Anderzijds betreuren ze dat een verlaging van de vennootschapsbelasting en een structurele aanpak van de hoge energieprijzen uitblijven.
Telefonisch ziektebriefje verdwijnt
Opvallend is ook de hervorming van het ziekteverlof. De mogelijkheid om telefonisch een ziektebriefje te krijgen, die tijdens de coronapandemie werd ingevoerd, verdwijnt volledig. Daarnaast moeten werknemers voortaan vanaf de eerste ziektedag een medisch attest voorleggen. Vandaag is dat doorgaans pas vanaf de derde dag verplicht.
Merz verdedigde die keuze opvallend scherp. "We kunnen de uitzonderlijk hoge ziektecijfers in onze bedrijven niet langer aanvaarden. We schaffen het telefonische ziektebriefje af en voeren een medisch attest vanaf de eerste ziektedag in. Dat is een moeilijke beslissing, maar we kunnen ons dit concurrentienadeel niet langer veroorloven."
Werkgevers steunen de maatregel. Vakbond Verdi spreekt daarentegen van een "cultuur van wantrouwen" tegenover werknemers. Ook de Duitse huisartsenvereniging waarschuwt dat de verplichting de huisartspraktijken nog zwaarder zal belasten.
Minder regels, meer flexibiliteit
Daarnaast wil Berlijn de administratieve lasten fors verminderen. Door verdere digitalisering moet het personeelsbestand van de federale ministeries met 8 procent dalen. Bovendien krijgen ondernemingen minder administratieve verplichtingen opgelegd.
Ook de arbeidsmarkt wordt flexibeler. Bedrijven mogen tijdelijke contracten voortaan tot vier jaar laten lopen in plaats van twee. Voor werknemers met een jaarloon boven 180.000 euro worden de ontslagregels bovendien aanzienlijk versoepeld. Daardoor moeten innovatieve bedrijven gemakkelijker talent kunnen aantrekken en behouden.
Verder wil de regering sneller vergunningen afleveren. Als de overheid na vier maanden geen beslissing neemt, kunnen bepaalde dossiers automatisch als goedgekeurd worden beschouwd. Tegelijk komen er extra investeringen in strategische sectoren zoals de auto-industrie, farmacie, halfgeleiders, artificiële intelligentie en batterijen.
Pensioenen op de schop
Ook de pensioenen worden hervormd. De regering wil een aanvullend kapitaalgedekt pensioenfonds invoeren naar Zweeds voorbeeld. Daarin zou jaarlijks meer dan 30 miljard euro worden gestort. Daarnaast stijgt de pensioenleeftijd tot 67 jaar in 2031. Nadien zou die automatisch gekoppeld worden aan de stijgende levensverwachting. Het Duitse parlement buigt zich later dit jaar over die voorstellen.
Economen reageren voorzichtig positief. Hoofdeconoom Carsten Brzeski van ING noemt het "de langverwachte Duitse zomer van hervormingen". Hij verwacht geen mirakels op korte termijn, maar ziet wel een pakket dat de voorwaarden creëert voor toekomstige groei.
Ook Deutsche Bank Research spreekt van een van de belangrijkste hervormingsprogramma's van de voorbije decennia. Daartegenover waarschuwt Clemens Fuest, voorzitter van het gerenommeerde Duitse economische onderzoeksinstituut Ifo, dat belastingverlagingen op termijn moeilijk vol te houden zijn zonder de overheidsuitgaven sterker af te remmen.
Ook een politieke gok
Voor Merz staat er intussen meer op het spel dan alleen de economie. Zijn regering verloor het voorbije jaar veel vertrouwen bij de bevolking. In recente peilingen scoort de coalitie nog amper 13 procent, terwijl de rechts-populistische AfD in sommige peilingen groter is geworden dan de CDU/CSU van de bondskanselier. De deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt, begin september, worden dan ook de eerste grote test voor zijn hervormingsagenda.