Negentien landen willen voortaan terugkeercentra buiten Europa
Negentien Europese leiders, onder wie Bart De Wever, steunen voortaan de oprichting van terugkeercentra voor migranten buiten de Europese Unie. Het is een opmerkelijke evolutie die de verstrenging van het migratiebeleid op het continent illustreert, terwijl sommige leiders, zoals Emmanuel Macron, zich ertegen blijven verzetten.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Negentien Europese landen, waaronder België, willen afgewezen asielzoekers voortaan onderbrengen in terugkeercentra buiten de EU, terwijl Frankrijk zich steeds meer geïsoleerd opstelt.
Jarenlang was het idee om afgewezen asielzoekers of mensen zonder verblijfsrecht buiten Europa onder te brengen vrijwel taboe in de politiek. Het werd regelmatig veroordeeld als strijdig met de Europese waarden, juridisch twijfelachtig of praktisch onuitvoerbaar.
Vandaag is het debat radicaal veranderd. Op initiatief van Denemarken onder leiding van Mette Frederiksen en Italië van Giorgia Meloni hebben negentien Europese staatshoofden en regeringsleiders officieel hun steun uitgesproken voor de oprichting van « terugkeerhubs » in derde landen. Onder hen bevinden zich onder meer de Belgische premier Bart De Wever, de Pool Donald Tusk, de Griek Kyriakos Mitsotakis en verschillende regeringen uit Centraal- en Noord-Europa.
Het doel is eenvoudig: afgewezen asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf naar deze centra overbrengen voordat zij terugkeren naar hun land van herkomst.
Een idee dat niet langer marginaal is
Wat opvalt aan dit initiatief is niet alleen de inhoud, maar ook de omvang van de politieke steun ervoor.
Het Europees Parlement heeft onlangs een verordening aangenomen die lidstaten toestaat overeenkomsten te sluiten met derde landen om dergelijke structuren op te zetten. Tegelijkertijd werken verschillende regeringen al concreet aan de uitrol ervan.
Mette Frederiksen verklaart zelfs dat een eerste centrum al in 2026 of 2027 de deuren zou kunnen openen. Enkele jaren geleden zou een dergelijk vooruitzicht politiek ondenkbaar hebben geleken. Vandaag wordt het gedragen door een coalitie van negentien landen.
Het sociaaldemocratische Denemarken in de voorhoede
Een van de meest veelzeggende aspecten van deze evolutie is de rol van Denemarken. De belangrijkste pleitbezorger van deze centra is geen leider van radicaal rechts, maar een sociaaldemocratische premier.
Mette Frederiksen verdedigt al jaren het idee dat massamigratie vooral een last vormt voor de arbeidersklasse en de sociale cohesie onder druk zet. Haar regering is uitgegroeid tot een van de strengste van Europa op het vlak van migratie, terwijl ze tegelijk een uitgesproken linkse identiteit behoudt.
Deze evolutie illustreert een diepgaande verandering in het Europese debat. Migratie verdeelt niet langer enkel rechts en links. Steeds vaker staan voorstanders van een strikte controle van migratiestromen tegenover degenen die een meer open benadering blijven verdedigen.
Bart De Wever sluit zich aan bij de coalitie
Ook België neemt deel aan deze beweging. Bart De Wever ondertekende de gezamenlijke brief waarin wordt opgeroepen tot de ontwikkeling van deze terugkeercentra. Daarmee sluit de Belgische premier zich aan bij een groep landen die van mening is dat de traditionele instrumenten hun grenzen hebben bereikt bij de uitwijzing van afgewezen asielzoekers.
Deze positie verschilt duidelijk van die van de vorige federale coalitie en brengt België dichter bij het beleid dat wordt verdedigd door Nederland, Denemarken, Italië en Oostenrijk.
Macron steeds meer geïsoleerd
Tegenover deze evolutie blijft Emmanuel Macron zich verzetten. De Franse president zegt geen enkel echt doeltreffend model te kennen en vindt deze centra onverenigbaar met de principes waarop Europa is gebouwd.
« In wat voor wereld leven we? », vroeg hij zich af in de marge van de Europese top. Die houding staat echter in contrast met de veranderende machtsverhoudingen op het continent.
Niet alleen steunen negentien regeringen inmiddels deze aanpak, ook Duitsland onder leiding van Friedrich Merz werkt samen met verschillende Europese partners aan vergelijkbare projecten.
Het isolement van Parijs valt des te meer op omdat Europese burgers al jaren een strenger migratiebeleid eisen. Verkiezingen in Italië, Nederland, Oostenrijk, Duitsland en België hebben allemaal bevestigd dat deze kwestie steeds belangrijker wordt voor de kiezers.
Een Europa dat een bladzijde omslaat
Misschien ligt daarin wel de belangrijkste les van deze episode. Al tien jaar boeken partijen die kritiek hebben op het Europese migratiebeleid verkiezing na verkiezing vooruitgang. Regeringen wisselen, meerderheden veranderen, maar de politieke vraag blijft opmerkelijk constant: meer controle, meer uitzettingen en meer doeltreffendheid bij de uitvoering van terugkeerbeslissingen.
Voorstellen die lange tijd als onrealistisch of buitensporig werden afgedaan en door rechtse Europese partijen werden verdedigd, staan vandaag centraal in de gesprekken tussen regeringen.
Of deze terugkeercentra er uiteindelijk komen of niet, één zaak lijkt nu al duidelijk: het politieke zwaartepunt van Europa blijft op dit thema verschuiven. En wie deze evolutie blijft beschouwen als een louter electoraal accident, lijkt elk jaar verder verwijderd te raken van de politieke realiteit van het continent.