De recessie klopt aan de deur
De grootste economische bedreiging van dit moment is niet de inflatie. Het is de groei die wegzakt en in sommige scenario's ronduit negatief dreigt te worden. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bevestigt dat nu zwart op wit.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
De OESO bevestigt wat economen vrezen: de energieschok door het Midden-Oostenconflict treft de groei harder dan de inflatie, met België als een van de meest kwetsbare economieën van Europa
Een recessie in slow motion
In haar meest recente Economic Outlook schetst de OESO twee scenario's. Beide zijn afhankelijk van hoe lang het conflict in het Midden-Oosten aanhoudt en wat dat betekent voor de energieprijzen. In het gunstige scenario daalt de mondiale groei van 3,4% in 2025 naar 2,8% in 2026. Het donkere scenario doet de groei dit jaar zakken naar 2,1% en volgend jaar naar 1,8%. Ter vergelijking: economen beschouwen een wereldwijde groei onder 2,5% doorgaans al als een recessie in slow motion.
De energieprijsstijging leidt inderdaad tot hogere consumentenprijzen. Maar wie denkt dat centrale banken daartegen moeten ingrijpen met renteverhogingen, begrijpt de aard van de schok niet. Het gaat om een aanbodschok: minder olie en gas beschikbaar, dus duurdere energie. Dat is fundamenteel anders dan de vraaggedreven inflatie van na de coronacrisis. Een renteverhoging maakt olie niet goedkoper. Ze maakt wel kredieten duurder, investeringen duurder, en de economie trager.
Wat met België?
Voor België is het plaatje bijzonder ongunstig. De OESO projecteert een groei van slechts 0,7% in 2026, met een herstel naar 1,1% in 2027, op voorwaarde dat de oorlog niet escaleert. België is een van de meest energieafhankelijke economieën van de Europese Unie. Sectoren als chemie, basismetalen en voeding, die samen een groot deel van de industriële basis en de export vormen, worden rechtstreeks geraakt door hogere energiekosten. Bovendien hebben ongeveer 80% van de huishoudens energiecontracten die maandelijks of elk kwartaal worden geïndexeerd: elke prijsstijging op de groothandelsmarkt vertaalt zich razendsnel naar de rekening thuis. De inflatie bedraagt al 4,2% in april, met energieprijzen die 18,2% hoger liggen dan een jaar geleden.
Oorlog in Iran en investeringen in AI helpen Amerika
De enige economie die zich structureel aan dit patroon onttrekt, zijn de Verenigde Staten. Deels omdat ze zelf olie- en gasproducent zijn en dus profiteren van hogere exportprijzen. Maar minstens even belangrijk: de Amerikaanse economie wordt gedragen door massale investeringen in kunstmatige intelligentie (AI). Bedrijven als SpaceX, Anthropic en Alphabet blijven kapitaal aantrekken in een tempo dat de rest van de wereld verbaast. Die investeringsgolf drijft de aandelenmarkten op, wat via een zogeheten welvaartseffect ook de consumptie van de hogere inkomensklassen ondersteunt. Resultaat: de VS groeien dit jaar naar verwachting met 2,0%, terwijl de eurozone het met 0,8% moet stellen.
Ook delen van Azië, zoals Zuid-Korea, slagen erin zich overeind te houden via hun sterke positie in de AI-toeleveringsketen, ondanks hun afhankelijkheid van ingevoerde energie.
De kloof tussen de VS en Europa, maar ook die binnen Europa zelf, wordt breder. België heeft geen eigen energiebronnen, geen AI-sector van mondiale schaal, en een industriële basis die historisch energie-intensief is. Een groei van 0,7% is het beste scenario. Het slechtste heeft nog geen naam gekregen.