Regering zet eerste stap om werk meer te laten lonen: "Nog geen echte ommezwaai"
Tot 140 euro extra netto per maand voor lagere lonen, een hogere belastingvrije som en nieuwe voordelen voor zelfstandigen. Met de belastinghervorming wil de regering werken aantrekkelijker maken. Volgens VBO-expert Robbe Reyns blijft de grootste uitdaging echter onaangeroerd: de hoge belastingdruk op arbeid.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
De belastinghervorming moet werken meer laten lonen via een hogere belastingvrije som, een sterkere werkbonus en extra steun voor zelfstandigen, maar volgens VBO-FEB-expert Robbe Reyns blijft de hoge belastingdruk op arbeid grotendeels overeind.
De federale regering heeft vorige week een belangrijke stap gezet in de hervorming van de personenbelasting. Het parlement startte met de bespreking van een pakket maatregelen dat werken meer moet laten lonen en de belastingdruk op arbeid moet verlagen.
Meer geld in de portefeuille
De centrale maatregel is de verhoging van de belastingvrije som. Dat is het deel van het inkomen waarop geen belastingen worden betaald. Vandaag bedraagt die minder dan 11.000 euro per jaar. Na beperkte stijgingen in de komende jaren groeit dat bedrag vanaf 2029 fors naar 14.450 euro. In 2030 stijgt het verder tot 15.600 euro.
Opvallend is dat de grootste verhoging pas op het einde van de legislatuur wordt doorgevoerd. Tussen 2025 en 2028 stijgt de belastingvrije som geleidelijk, terwijl de grootste sprong pas vanaf inkomstenjaar 2029 volgt. Daardoor zullen veel werknemers de volledige impact van de belastinghervorming pas later voelen.
Ook gezinnen met kinderen profiteren mee. De toeslagen voor kinderen ten laste worden hervormd, waardoor het fiscale voordeel voor veel gezinnen toeneemt.
Volgens de regering zal de belastinghervorming tegen 2030 goed zijn voor ongeveer 4 miljard euro aan lastenverlagingen.
Werken moet opnieuw lonen
Een van de belangrijkste doelstellingen van de regering is het vergroten van het verschil tussen werken en niet-werken. Tegen het einde van de legislatuur moet dat verschil minstens 500 euro bedragen.
Om dat doel te bereiken, combineert de regering verschillende maatregelen. Naast de hogere belastingvrije som wordt ook de fiscale werkbonus versterkt. Vooral werknemers met lagere inkomens moeten daardoor meer overhouden van hun loon.
Gemiddeld zou een werknemer tegen 2030 ongeveer 69 euro netto per maand extra ontvangen. Voor werknemers met een brutoloon tot ongeveer 3.300 euro loopt dat voordeel op tot 100 à 140 euro per maand. Voor hogere inkomens zou de nettowinst doorgaans beperkter zijn, aangezien de maatregelen vooral gericht zijn op lage en middenlonen.
Volgens minister van Financiën Jan Jambon wordt op het niveau van het minimumloon de kloof tussen bruto en netto daardoor bijna volledig weggewerkt. Of dat op zichzelf volstaat om een verschil van minstens 500 euro tussen werken en niet-werken te creëren, is voorlopig niet duidelijk.
Wel zet de belastinghervorming duidelijke stappen in die richting. "Het is duidelijk dat deze regering de opdracht om werken meer te doen lonen ter harte neemt", zegt Robbe Reyns, attaché fiscaliteit en investeringen bij het VBO.
Personen met een vervangingsinkomen behouden hun huidige fiscale behandeling. Zij gaan er niet op achteruit, maar genieten evenmin van de lastenverlaging.
Zelfstandigen krijgen extra steun
De belastinghervorming bevat ook specifieke maatregelen voor zelfstandigen zonder vennootschap. Vanaf 2027 voert de regering een nieuwe ondernemersaftrek in. Die bedraagt 10 procent van de belastbare winst, met een maximaal voordeel van 620 euro per jaar. Vanaf 2029 stijgt dat plafond naar 830 euro.
Daarnaast verdwijnt de fiscale sanctie voor zelfstandigen die onvoldoende voorafbetalingen doen. De hervorming toont volgens Reyns dat de regering niet alleen werknemers, maar ook ondernemers meer wil stimuleren.
Belastinghervorming België lost grootste knelpunt niet op
Toch plaatst Reyns een belangrijke kanttekening bij de plannen. Volgens hem ligt de focus van de belastinghervorming vandaag vooral op de lagere lonen, terwijl het grootste probleem elders ligt.
"De focus op lage lonen is uiteraard verdedigbaar, maar gaat grotendeels voorbij aan een gerichte aanpak van de grootste handicap van de Belgische arbeidsfiscaliteit: de enorme lasten voor lonen boven de mediaan, waarvoor we kampioen van de OESO zijn", stelt hij.
Die vaststelling wordt ook bevestigd door internationale vergelijkingen. België behoort nog steeds tot de Europese kopgroep wanneer het gaat over de marginale belastingdruk op hogere lonen. Werknemers die opslag krijgen, promotie maken of extra uren presteren, zien daardoor een groot deel van hun bijkomende inkomen verdwijnen naar belastingen en sociale bijdragen.
Volgens Reyns is dat precies de reden waarom de huidige belastinghervorming volgens hem nog geen fundamentele koerswijziging vormt. "Hoewel de hervorming een stap in de goede richting is, blijft een ingrijpende hervorming van de (top)tarieven nodig om dat probleem op te lossen."
Anders dreigt België talent, ondernemerschap en economische groei af te remmen, luidt het.
Meer dan alleen lagere belastingen
Naast de lastenverlaging bevat de belastinghervorming nog een reeks andere fiscale maatregelen. Zo wordt de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid hervormd zodat alleenstaanden niet langer relatief zwaarder worden belast. Ook wordt het huwelijksquotiënt verder afgebouwd en wordt de regeling voor fiscaal gunstige overuren uitgebreid.
Daarnaast keert de auteursrechtenregeling voor computerprogramma's terug. Er komt ook een vrijstelling voor occasionele inkomsten via platformen zoals Vinted tot 2.000 euro per jaar. Verder wordt de minimale bedrijfsleidersvergoeding voor het verlaagde vennootschapstarief opgetrokken naar 50.000 euro. Ook komt er een vereenvoudigde belastingregeling voor werkende gepensioneerden.
Samen moeten die maatregelen bijdragen aan een eenvoudiger en aantrekkelijker belastingstelsel.
De echte hervorming moet nog volgen
Volgens Reyns verdient de regering erkenning omdat ze ook in een moeilijke budgettaire context kiest voor lastenverlaging op arbeid. "Zelfs in de huidige besparingslogica erkent ze daarmee dat de weg vooruit ligt in het stimuleren van werken en ondernemen." Toch blijft zijn conclusie duidelijk. "De eerste stap in de goede richting is gezet, maar van een ommezwaai kunnen we vooralsnog niet spreken."