Schorsing Karim Khan vergroot scepsis over vervolging van Israël door Internationaal Strafhof
Karim Khan, de aanklager achter de arrestatiebevelen tegen Benjamin Netanyahu, is zelf geschorst wegens beschuldigingen van seksueel wangedrag. Daardoor groeit de discussie over de geloofwaardigheid van het Internationaal Strafhof en de manier waarop de Israël-dossiers tot stand kwamen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
De schorsing van Karim Khan laat de arrestatiebevelen tegen Netanyahu juridisch intact, maar vergroot de discussie over de geloofwaardigheid van het Internationaal Strafhof.
De schorsing van Karim Khan is een van de meest opvallende ontwikkelingen in de recente geschiedenis van het Internationaal Strafhof. De hoofdaanklager werd deze week met onmiddellijke ingang geschorst nadat een onderzoek was gestart naar beschuldigingen van seksueel wangedrag tegenover een vrouwelijke medewerker.
Khan ontkent de beschuldigingen, maar het toezichthoudende orgaan van het hof zag voldoende aanleiding om hem voorlopig uit zijn functie te halen. Daardoor komt niet alleen zijn eigen toekomst onder druk te staan, maar ook een aantal van zijn meest omstreden dossiers.
De man achter de zaak tegen Israël
Als hoofdaanklager was Khan de drijvende kracht achter de juridische stappen tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voormalig minister van Defensie Yoav Gallant. In mei 2024 vroeg hij arrestatiebevelen aan tegen beide Israëlische leiders. Tegelijkertijd vroeg hij ook arrestatiebevelen aan tegen verschillende Hamas-leiders vanwege hun rol bij de terreuraanvallen van 7 oktober 2023. Daarmee werd Khan wereldwijd het gezicht van een van de meest controversiële dossiers binnen het internationale recht.
De schorsing krijgt bovendien extra aandacht door berichten dat Khan mogelijk de aandacht van de beschuldigingen tegen hem probeerde af te leiden met zijn optreden in de Israël-zaak. Voor die beschuldiging is vooralsnog geen bewijs geleverd en Khan ontkent iedere vorm van ongepast handelen. Toch draagt de discussie bij aan de controverse rond zijn persoon en de dossiers waarmee hij de afgelopen jaren internationaal in de schijnwerpers stond.
Arrestatiebevelen blijven van kracht
De schorsing van Khan betekent niet automatisch dat de arrestatiebevelen tegen Netanyahu en Gallant verdwijnen. Dat is een belangrijk juridisch onderscheid. De arrestatiebevelen werden niet door Khan zelf uitgevaardigd. Hij diende het verzoek in, waarna rechters van het Internationaal Strafhof een eigen beoordeling maakten en besloten de bevelen uit te vaardigen.
Daardoor blijven de arrestatiebevelen voorlopig gewoon van kracht, ongeacht de persoonlijke situatie van Khan. Zelfs als hij definitief zou vertrekken, verandert dat niet automatisch de juridische status van de bestaande besluiten. Toch blijft de schorsing niet zonder gevolgen. Omdat Khan zo nauw verbonden is met de Israël-dossiers, verschuift de aandacht opnieuw naar de manier waarop die zaken zijn opgebouwd.
Israël ziet bevestiging van eerdere kritiek
Israëlische functionarissen grepen de schorsing direct aan om hun kritiek op het Strafhof kracht bij te zetten. VN-ambassadeur Danny Danon noemde de ontwikkelingen een bewijs dat er fundamentele problemen bestaan binnen het hof. "Nu is het tijd om de ongehoorde arrestatiebevelen tegen premier Netanyahu in te trekken", schreef hij op X. Ook verschillende pro-Israëlische juristen zien in de schorsing aanleiding om opnieuw naar de Israël-dossiers te kijken.
Hun punt is niet dat de arrestatiebevelen automatisch ongeldig zijn geworden. Zij wijzen vooral op de schade die is ontstaan voor het vertrouwen in de man die de zaak tegen Israël op gang bracht. Daardoor komt volgens hen ook de geloofwaardigheid van het proces onder grotere druk te staan. Voorstanders van het Strafhof benadrukken juist dat de feiten in de dossiers losstaan van de persoonlijke situatie van Khan.
De discussie over bewijs
De kwestie raakt bovendien aan een bredere discussie die nog altijd voortduurt. In het publieke debat geldt genocide voor veel activisten, politici en commentatoren als een vaststaand feit. Juridisch ligt dat anders. Genocide behoort tot de zwaarste beschuldigingen binnen het internationaal recht en kent daarom ook de zwaarste bewijslast. Juist dat onderscheid verdwijnt volgens critici vaak naar de achtergrond.
Dat verschil wordt nog duidelijker wanneer wordt gekeken naar de juridische stappen die Khan zelf zette. Hij vroeg geen arrestatiebevel aan wegens genocide, maar wegens vermeende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Later gaf hij zelf aan dat er onvoldoende bewijs beschikbaar was om juridisch van genocide te kunnen spreken.
Ook voor zijn beschuldiging dat Israël uithongering als oorlogswapen zou hebben ingezet, ontbreekt nog altijd hard en onomstreden bewijs. Daardoor blijft een ongemakkelijke vraag hangen: waarom klinken sommige beschuldigingen in het publieke debat stelliger dan in de rechtszaal?
Gezag staat al langer ter discussie
De discussie over de geloofwaardigheid van het Strafhof begon niet met de schorsing van Karim Khan. Het hof ligt al jaren onder vuur van landen die vinden dat het selectief optreedt of zijn bevoegdheden te ruim uitlegt. De Verenigde Staten hebben zich eerder fel verzet tegen onderzoeken waarbij Amerikaanse belangen in het geding waren. Israël betwist al jarenlang de bevoegdheid van het hof om zich over Israëlische leiders uit te spreken en noemt de procedures tegen Israël politiek gemotiveerd.
Daardoor staat het Strafhof al langer onder een vergrootglas. De affaire rond Khan treft dus geen onomstreden instelling, maar een hof waarvan het gezag al geruime tijd ter discussie staat.
Meer dan een persoonlijk schandaal
De schorsing van Karim Khan maakt die discussie nog gevoeliger. Jarenlang trad hij op als de hoogste juridische autoriteit van het hof. Hij beoordeelde conflicten, onderzocht regeringsleiders en vroeg arrestatiebevelen aan tegen politici en militaire leiders over de hele wereld. Daardoor krijgt zijn eigen schorsing onvermijdelijk een bredere betekenis dan die van een persoonlijke affaire.
Dat geldt zeker voor het dossier rond Israël. Onder leiding van Khan werden zware beschuldigingen geuit tegen de Israëlische politieke leiding. Tegelijkertijd bleef voor de meest verstrekkende aantijging, genocide, de juridische onderbouwing onderwerp van discussie. Terwijl het publieke debat vaak al een duidelijke conclusie leek te hebben getrokken, bleef binnen de juridische procedures de vraag centraal staan wat daadwerkelijk bewezen kon worden.
Rechtspraak hoort niet te vertrekken vanuit een conclusie, maar vanuit feiten, bewijs en onderzoek. Daarom kijken juristen niet alleen naar de ernst van een beschuldiging, maar ook naar de kwaliteit van de onderbouwing. Hoe zwaarder de aantijging, hoe hoger de lat voor het bewijs.
De situatie rond Khan legt die discussie opnieuw bloot. De man die jarenlang anderen juridisch beoordeelde, ziet zich nu zelf geconfronteerd met ernstige beschuldigingen. Zijn schorsing betekent niet dat schuld vaststaat. Wel laat zij zien dat het bestuur van het Strafhof de kwestie ernstig genoeg acht om de hoogste aanklager voorlopig opzij te zetten.
Nieuwe deuk in de geloofwaardigheid
Voor het Internationaal Strafhof komt dat op een ongelukkig moment. De instelling ligt al langer onder vuur van landen die vraagtekens zetten bij haar bevoegdheden, keuzes en prioriteiten. Tegen die achtergrond krijgt de affaire-Khan automatisch een grotere lading. Het debat gaat daardoor niet alleen over één aanklager, maar ook over het vertrouwen in de instelling waarvoor hij jarenlang het gezicht was.
Voor Israël bevestigt de affaire veel van de kritiek die al langer op het Strafhof bestaat. Voor het hof zelf betekent de schorsing vooral een nieuwe deuk in de geloofwaardigheid.