VN verheft trans-Atlantische slavernij tot ‘ergste ooit’ en negeert islamitische slavenhandel (Analyse)
De Verenigde Naties hebben de trans-Atlantische slavernij uitgeroepen tot de “ernstigste misdaad tegen de menselijkheid ooit”. De resolutie die de Algemene Vergadering van de VN op 25 maart met een overweldigende meerderheid aannam, maar met onthouding van alle EU-landen, is een sterk staaltje van selectieve verontwaardiging die eenzijdig het Westen culpabiliseert. Want terwijl de Atlantische slavernij ongeveer vier eeuwen duurde, strekte slavernij in de islamitische wereld zich uit over ruim veertien eeuwen en maakte zij minstens evenveel slachtoffers.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
- De VN-resolutie die de trans-Atlantische slavernij tot “ergste ooit” verklaart, roept kritiek op vanwege haar eenzijdige focus en het negeren van andere slavernijsystemen zoals die in de islamitische wereld.
- Historici en tegenstemmers waarschuwen dat deze selectieve benadering leidt tot een vertekend historisch beeld en een politiek geladen debat over herstelbetalingen.
Dubbele standaard in historische beoordeling
De kwalificatie “ergste ooit” wijst op een dubbele standaard in de manier waarop historisch onrecht wordt gewogen. In de meeste westerse landen werd slavernij in de negentiende eeuw afgeschaft. Het Verenigd Koninkrijk en België deden dat al in 1833, gevolgd door Frankrijk (1848), Nederland (1863), de Verenigde Staten (1865), Portugal (1869) en Spanje (1886).
In delen van de islamitische wereld bleef slavernij daarentegen nog tot diep in de twintigste eeuw bestaan, terwijl zij er al vanaf de zevende eeuw structureel werd uitgebouwd. In Saoedi-Arabië werd slavernij pas in 1962 officieel afgeschaft, in Mauritanië zelfs pas in 1981, en ook in landen als Oman en Jemen hield het systeem lang stand. Die feiten, die de VN-resolutie buiten beschouwing laat, zijn essentieel voor een evenwichtige historische beoordeling.
Stemming legt geopolitieke breuklijn bloot
VN-secretaris-generaal António Guterres verwelkomde de stemming en benadrukte dat “de welvaart van veel westerse landen gebouwd is op gestolen levens en gestolen arbeid”. Daarmee onderstreepte hij niet alleen het morele gewicht dat de VN aan deze resolutie toekent, maar ook de duidelijke focus op het westerse aandeel in de slavernijgeschiedenis.
De resolutie, ingediend door Ghana, stelt dat “de trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen en de op ras gebaseerde slavernij van Afrikanen de ernstigste misdaad tegen de mensheid zijn vanwege de definitieve breuk in de wereldgeschiedenis, de omvang, de duur, het systemische karakter, de gewelddadigheid en de blijvende gevolgen”. De VN-lidstaten worden expliciet opgeroepen om in gesprek te gaan over herstelbetalingen voor nazaten van slaven. Daarmee krijgt het historische oordeel ook een duidelijke politieke en financiële dimensie.
De stemming maakt duidelijk hoe verdeeld de wereld hierover is. 123 landen stemden voor. Slechts drie landen stemden tegen: de Verenigde Staten, Israël en Argentinië. Een grote groep van 52 landen onthield zich, waaronder België en vrijwel alle andere EU-lidstaten, evenals Canada, Japan en Australië. Met hun onthouding tonen westerse landen dat zij het historische onrecht erkennen, maar tegelijk afstand nemen van de eenzijdige benadering en de implicaties ervan.
Botsende visies: erkenning of politieke framing
Voorstanders zien de resolutie als een noodzakelijke stap richting historische rechtvaardigheid. De Ghanese president John Mahama sprak over een morele plicht om recht te doen aan de miljoenen slachtoffers. Samuel Okudzeto Ablakwa, de minister van Buitenlandse Zaken van Ghana, koppelde dat expliciet aan herstelbetalingen, bedoeld als gerechtigheid en investering in de toekomst.
Tegelijkertijd klinkt er duidelijke terughoudendheid. De EU-vertegenwoordiger bij de VN, Gabriella Michaelidou, wees erop dat termen als “ernstigste” een hiërarchie van leed suggereren die juridisch niet bestaat. De Amerikaanse vertegenwoordiger Dan Negrea stelde dat er geen basis is voor herstelbetalingen voor historische feiten die destijds niet illegaal waren.
De trans-Atlantische slavernij was zonder twijfel een gruwelijk en barbaars systeem, dat miljoenen mensen ontmenselijkte en waarvan de gevolgen tot op vandaag doorwerken. Maar dat geldt evenzeer voor de slavenhandel naar het oosten en binnen de islamitische wereld, die minstens zo gewelddadig en ontwrichtend was.
Marozzi wijst op ontbrekende context
Ook de Britse historicus en auteur Justin Marozzi, die uitgebreid publiceerde over slavernijgeschiedenis, wijst erop dat slavernij geen exclusief Atlantisch fenomeen was. De focus van de VN laat een groot deel van de historische werkelijkheid buiten beschouwing, vindt hij. “Waarom kijkt niemand naar de handel naar het oosten?” vraagt hij zich af. “Tellen die Afrikanen dan minder mee?”
Marozzi doelt op de islamitische slavenhandel, die zich over meer dan een millennium uitstrekte en miljoenen Afrikanen via verschillende routes naar Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Azië bracht. Schattingen lopen op tot 12 à 17 miljoen mensen, tegenover ongeveer 11 tot 14 miljoen in de trans-Atlantische slavernij. “In feite werden Afrikanen 1.400 jaar lang uit Afrika geroofd, niet 400 jaar,” zegt hij.
Het idee van een ranglijst wijst hij principieel af. “Ik denk niet dat het zinvol is om een wedstrijd te houden over wreedheid.” Juist daarom noemt hij de formulering van de VN problematisch. “Op zijn best is dat historisch onjuist, en op zijn slechtst onwetend.”
Wereldliteratuur voedt selectief geheugen
Wat het Westen ook parten speelt, is dat de Atlantische slavernij een prominente plaats heeft gekregen in de wereldliteratuur, met invloedrijke werken als Uncle Tom’s Cabin van Harriet Beecher Stowe en Roots van Alex Haley. Die boeken hebben niet alleen het morele oordeel over slavernij gevormd, maar ook het beeld van het Westen als dader diep verankerd in het collectieve geheugen.
Slavernij in de islamitische wereld duikt wel op in reisverhalen en er bestaat ook historische documentatie over, maar die literatuur heeft nooit een vergelijkbare wereldwijde impact gekregen en is grotendeels afwezig gebleven uit het culturele referentiekader.
VN kiest voor ideologie boven historische volledigheid
De eenzijdig antiwesterse VN-resolutie heeft het debat over slavernij niet afgesloten, maar juist op scherp gezet. Door één historisch systeem als absoluut referentiepunt naar voren te schuiven, wordt een bredere en complexere geschiedenis teruggebracht tot een selectief en politiek gekleurd narratief.
De verdeeldheid bij de stemming onderstreept dat het hier niet alleen om het verleden gaat, maar ook om de vraag wie dat verleden mag definiëren en met welk doel. De VN bevestigt daarmee opnieuw het beeld van een instelling die zich steeds nadrukkelijker laat leiden door ideologische voorkeuren in plaats van historische volledigheid.