Wie bepaalt hoe lang je ziek mag zijn? Ook artsen komen onder toezicht
Jaarlijkse controles voor langdurig zieken, 218.000 extra herevaluaties en een databank die artsen met elkaar vergelijkt. De nieuwe hervorming van minister Frank Vandenbroucke gaat veel verder dan een klassieke terug-naar-werkmaatregel. Niet alleen patiënten, maar ook artsen komen steeds nadrukkelijker onder toezicht te staan.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
De hervorming van Frank Vandenbroucke (Vooruit) voert strengere controles in voor langdurig zieken en bouwt tegelijk een systeem uit dat ook artsen vergelijkt, opvolgt en mogelijk sanctioneert.
De federale regering heeft de vierde golf van haar hervorming rond langdurige arbeidsongeschiktheid goedgekeurd. De ambitie is groot. Tegen 2030 moeten er ongeveer 100.000 minder langdurig zieken zijn dan vandaag wordt voorspeld. Daarnaast zou de hervorming tegen 2029 zowat 1,9 miljard euro moeten opleveren.
Om dat doel te bereiken, worden de controles fors opgevoerd. Eerst en vooral voor langdurig zieken zelf. Maar daar stopt het niet. Ook artsen die ziekteverlof voorschrijven, zullen voortaan nauwkeuriger worden opgevolgd.
Jaarlijks opnieuw bewijzen dat je ziek bent
Wie langer dan één jaar arbeidsongeschikt is, zal voortaan elk jaar opnieuw langs moeten bij de behandelende arts. Die moet beoordelen of de patiënt nog arbeidsongeschikt is. Daarnaast moet hij bekijken of er mogelijkheden zijn om opnieuw aan het werk te gaan. Vervolgens wordt een nieuw elektronisch attest opgesteld. Zonder dat attest kan de erkenning van arbeidsongeschiktheid niet worden verlengd. Daardoor komt ook de ziekte-uitkering in gevaar.
Daarnaast krijgen de ziekenfondsen een grotere rol. De komende jaren zullen zij 218.000 extra dossiers opnieuw onderzoeken. Sommige dossiers worden automatisch verlengd. Andere worden geselecteerd voor een bijkomende controle. Bovendien moet elke langdurig zieke minstens één keer om de vier jaar fysiek worden gezien door een adviserend arts of een lid van een multidisciplinair team.
Volgens de regering is die strengere opvolging noodzakelijk. Vandaag worden veel dossiers immers minder intensief opgevolgd naarmate de arbeidsongeschiktheid langer duurt. Daardoor verdwijnt een eventuele terugkeer naar werk vaak uit beeld.
Vooral psychische klachten en rugproblemen
De hervorming zal waarschijnlijk vooral gevolgen hebben voor mensen met psychische aandoeningen en problemen aan het bewegingsstelsel. Mentale gezondheidsproblemen en rug- of nekklachten zijn samen goed voor meer dan twee derde van alle langdurige arbeidsongeschiktheid, merkt professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis op.
Daar schuilt ook de grootste uitdaging. Bij aandoeningen zoals kanker of een zware beroerte bestaat doorgaans weinig discussie over de ernst van de situatie. Bij burn-outs, angststoornissen, depressies of chronische pijn ligt dat vaak anders. Daarom zullen veel van de nieuwe controles zich op die grote groepen richten.
Ook artsen komen onder toezicht
Daar wordt het dossier gevoelig. Sinds begin dit jaar verzamelt het RIZIV via de nieuwe GAOCIT-databank alle elektronische attesten van arbeidsongeschiktheid. Officieel moet dat systeem meer inzicht geven in arbeidsongeschiktheid en werkhervatting.
Toch reiken de ambities verder. Via datamining wil de overheid voorschrijfgedrag analyseren en artsen met elkaar vergelijken. Zo moet zichtbaar worden welke artsen opvallend vaker of langer ziekteverlof voorschrijven dan hun collega's. Daardoor komt ook de arts die het attest uitschrijft onder de loep te liggen. Het gaat dus niet langer alleen over de vraag wie recht heeft op een uitkering.
Nieuwe richtlijnen voor ziekteverlof
De timing van de hervorming is opvallend. De voorbije weken werden twintig nieuwe pathologiefiches voorgesteld. Die moeten artsen helpen bepalen hoe lang een patiënt gemiddeld arbeidsongeschikt blijft.
De fiches zijn officieel niet bindend. Toch bevatten ze concrete richttijden. Bij acute angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornissen gaat het om drie tot acht weken. Voor veelvoorkomende nekpijn zonder duidelijke medische oorzaak varieert de richtduur van één à twee dagen voor een kantoorjob tot ongeveer drie weken voor zwaar lichamelijk werk.
Een tenniselleboog kan één tot elf weken afwezigheid veroorzaken. Na een reconstructie van de voorste kruisband kan het herstel vier tot zes maanden duren. Voor een heupprothese varieert de richtduur van twee tot zes weken voor administratief werk tot ongeveer vier maanden voor zware fysieke beroepen.
Ook voor chronische aandoeningen bestaan richttijden. Voor COPD, een aandoening die de longen blijvend aantast, gaat het om één tot zes weken. Bij diabetes type 1 bedraagt de richtduur meestal één tot drie weken. Voor een opflakkering van de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa geldt gemiddeld ongeveer één maand ziekteverlof. Bij het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) kan arbeidsongeschiktheid maanden of zelfs jaren aanhouden.
Worden de richtlijnen straks de norm?
De fiches zijn bedoeld als richtlijn, niet als norm. Het medische oordeel van de behandelende arts blijft doorslaggevend. Toch dringt zich een belangrijke vraag op. Als het RIZIV wil bepalen welke artsen opvallend lang ziekteverlof voorschrijven, moet het vertrekken van een norm. Maar welke norm wordt dat?
De nieuwe fiches lijken daarvoor een voor de hand liggend instrument. Ze bevatten immers wetenschappelijk onderbouwde referentiewaarden waarmee voorschrijfgedrag kan worden vergeleken. Dat zorgt voor ongerustheid bij een deel van de artsen. Vandaag zijn de richttijden niet bindend. Morgen zouden ze kunnen uitgroeien tot de feitelijke norm waartegen voorschrijvers worden beoordeeld. Zolang de overheid niet verduidelijkt welke criteria ze zal gebruiken, blijft die vraag onbeantwoord.
Niet alleen monitoren, ook sanctioneren
Nog opvallender is wat in de memorie van toelichting bij de wet staat. Daarin wordt expliciet vermeld dat artsen met afwijkend voorschrijfgedrag kunnen worden geïdentificeerd, gecontacteerd, opgevolgd en in bepaalde gevallen financieel gesanctioneerd. Met andere woorden: het systeem dient niet alleen om gegevens te verzamelen. De overheid wil ook kunnen ingrijpen wanneer artsen structureel afwijken van de norm.
Daardoor komt een nieuwe vraag centraal te staan. Wie bepaalt wat een normaal ziekteverlof is? En hoeveel ruimte blijft er over voor het oordeel van de behandelende arts? Hoeveel ruimte artsen behouden voor hun eigen medische oordeel, zal de komende jaren een belangrijk discussiepunt blijven.