Wie van job wisselt, wacht iets langer en vertrekt na gemiddeld 3,3 jaar
Belgen lijken hun job iets minder snel te verlaten dan de voorbije jaren. Nieuwe cijfers van HR-dienstverlener Partena Professional tonen een lichte stijging in de gemiddelde anciënniteit bij werknemers die zelf van job veranderen. Toch wijst alles erop dat die groeiende trouw niet noodzakelijk voortkomt uit grotere tevredenheid, maar eerder uit onzekerheid op de arbeidsmarkt.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
- Werknemers die van job veranderen, doen dat gemiddeld na 3,3 jaar, iets later dan de voorbije jaren.
- Die lichte vertraging wijst mogelijk op meer voorzichtigheid door economische onzekerheid, eerder dan op grotere jobtevredenheid.
Lichte stijging in anciënniteit
Uit een analyse van gegevens van zo’n 150.000 werknemers bij meer dan 20.000 bedrijven blijkt dat Belgische werknemers die in 2025 van job veranderden gemiddeld 3,3 jaar bij hun werkgever bleven. In 2023 en 2024 lag dat gemiddelde nog op 3,1 jaar. Ook in het eerste kwartaal van 2026 zet die trend zich verder.
Volgens managing consultant Yves Stox van Partena Professional gaat het om een beperkte maar betekenisvolle evolutie. Hij wijst op de impact van de economische context: werknemers lijken minder snel geneigd om risico’s te nemen in onzekere tijden.
Jobzekerheid boven tevredenheid
Die grotere “loyaliteit” moet echter genuanceerd worden. Eerder onderzoek in samenwerking met arbeidseconoom Stijn Baert toonde al aan dat jobzekerheid vandaag de belangrijkste reden is voor werknemers om bij hun werkgever te blijven.
Dat betekent dat veel Belgen blijven uit voorzichtigheid, niet per se omdat ze tevreden zijn. Die voorzichtigheid is niet onterecht: 2025 kende een piek in collectieve ontslagen en herstructureringen, het hoogste aantal sinds 2013. De economische onzekerheid weegt dus duidelijk op het gedrag van werknemers.
Paradox op de arbeidsmarkt
Volgens professor Baert is er sprake van een duidelijke paradox. Enerzijds blijven mensen langer bij dezelfde werkgever, anderzijds voelt slechts een minderheid zich echt gelukkig in zijn job. In eerdere studies gaf amper 18 procent van de Vlaamse werknemers aan écht tevreden te zijn.
Factoren zoals sectorgebonden loopbanen en verschillen in pensioenopbouw maken het bovendien minder evident om van richting te veranderen. Opleidingen zijn vaak gericht op verdieping binnen dezelfde sector, eerder dan op een overstap naar een nieuwe job.
Jongeren blijven mobiel
Niet iedereen volgt de trend van langere anciënniteit. Vooral jonge werknemers blijven opvallend mobiel. Twintigers veranderen gemiddeld al na 1,8 jaar van werkgever, ruim onder het algemene gemiddelde van 3,3 jaar.
De cijfers tonen bovendien een duidelijke leeftijdslogica: hoe ouder de werknemer, hoe langer die gemiddeld blijft. Dertigers blijven gemiddeld 3,2 jaar, veertigers 4,2 jaar en vijftigers 4,7 jaar. Bij zestigers loopt dat zelfs op tot 8,1 jaar. Jongeren staan dus het vaakst open voor een nieuwe uitdaging, terwijl oudere werknemers doorgaans meer stabiliteit opzoeken of dichter bij het einde van hun loopbaan minder geneigd zijn om nog te veranderen.
Er zijn ook duidelijke verschillen tussen regio’s. In Vlaanderen blijven werknemers gemiddeld drie jaar bij hun werkgever, in Brussel 3,3 jaar en in Wallonië loopt dat op tot 3,7 jaar. Daarnaast veranderen vrouwen gemiddeld iets sneller van job dan mannen. Vrouwelijke werknemers blijven gemiddeld 3,2 jaar, tegenover 3,4 jaar bij mannen.
De komende jaren zal moeten blijken of deze lichte stijging in anciënniteit een blijvende trend wordt. Veel zal afhangen van de economische situatie. Als de onzekerheid aanhoudt, is de kans groot dat werknemers voorzichtig blijven en langer op hun plaats blijven zitten. Zodra het vertrouwen terugkeert, kan de klassieke neiging om na enkele jaren van job te veranderen opnieuw toenemen.