Ziekenfondsen kunnen niet langer buiten schot blijven (Analyse)
Het jarenlang verborgen gehouden RIZIV-rapport dat uitwijst dat 59 procent van de gecontroleerde langdurig zieken in werkelijkheid arbeidsgeschikt was, laat weinig ruimte voor twijfel. Het is het zoveelste schandaal op rij. De bewijslast dat ziekenfondsen structureel miljardenfacturen doorschuiven naar de belastingbetaler stapelt zich in snel tempo op. Dit vraagt een parlementaire onderzoekscommissie, een onafhankelijke audit én de mogelijkheid om onterecht uitgekeerde middelen terug te vorderen.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- Het gelekte RIZIV-rapport en getuigenissen van klokkenluiders tonen hoe ziekenfondsen jarenlang te soepel omgingen met uitkeringen en de factuur doorschoven naar de belastingbetaler.
- De roep om een parlementaire onderzoekscommissie, schadevergoedingen en een diepgaande hervorming wordt onvermijdelijk.
De cijfers zijn niet meer te negeren. In 2020 bleek al dat meer dan de helft van de gecontroleerde dossiers niet klopte. In 2024 moest opnieuw in ongeveer de helft van de gevallen worden ingegrepen. Wie die vaststellingen ernstig neemt, ziet een mechanisme dat de ziekenfondsen bewust in stand houden.
Ziekenfondsen begeleiden hun leden, volgen hen op en beslissen tegelijk over hun recht op een uitkering. In zo’n systeem is het logisch dat soepelheid de norm wordt en ziekenfondsen de weg van de minste weerstand kiezen. Een weigering leidt tot conflict, een toekenning zelden. Het resultaat is voorspelbaar.
Waartoe dienen al die begrotingrondes nog?
De gevolgen van het systeem zijn ontluisterend. De uitgaven voor langdurige ziekte-uitkeringen bedragen ongeveer 6 miljard euro per jaar. Wanneer achteraf blijkt dat in een groot deel van de dossiers moet worden ingegrepen, betekent dat dat er jarenlang te ruim is toegekend. Die factuur wordt niet betaald door de ziekenfondsen zelf. Ze wordt doorgeschoven naar de belastingbetaler, de actieve bevolking en de ondernemers.
Dat is onaanvaardbaar op een moment dat de regering-De Wever eerder dit jaar al voor miljarden heeft bespaard en nu opnieuw 5 miljard euro extra moet zoeken, terwijl België in totaal richting 20 miljard euro moet om opnieuw binnen de Europese begrotingsregels te vallen. Terwijl burgers en bedrijven de gevolgen dragen, blijft de kern van het probleem onaangeroerd. Waartoe dienen al die begrotingsrondes nog, als een miljardenbesparing binnen handbereik ligt maar onaangeroerd blijft?
Een systeem dat zichzelf beschermt
Dat dit rapport jarenlang in een lade is blijven liggen, maakt het verhaal nog zwaarder. Zelfs de bevoegde minister Frank Vandenbroucke kreeg het niet te zien. Een regelrechte doofpotoperatie met andere woorden. Dat het uiteindelijk via klokkenluiders naar buiten kwam, toont aan dat ook in de ambtenarij mensen opstaan die het niet langer kunnen aanzien.
Ook breder blijft de positie van de ziekenfondsen moeilijk te verantwoorden. Ze hebben een vermogen opgebouwd van ongeveer 6 miljard euro, ontvangen jaarlijks meer dan een miljard euro aan overheidsgeld en genieten van fiscale uitzonderingen op commerciële activiteiten.
Tegelijk spelen ze een actieve rol in het uitbreiden van sociale statuten. Mensen met een verhoogde tegemoetkoming betalen nauwelijks remgeld voor consultaties en geneesmiddelen en krijgen daarbovenop een hele reeks extra voordelen, zoals kortingen op energie en openbaar vervoer of een sociaal tarief voor telecom, terwijl ziekenfondsen er alle belang bij hebben om dat statuut zo ruim mogelijk toe te kennen. De factuur komt immers niet bij hen terecht, maar opnieuw bij de belastingbetaler, terwijl ook zelfstandige artsen er financieel bij inschieten.
Vandaag hebben ongeveer 2,4 miljoen Belgen recht op dat statuut, bijna één op vijf inwoners. Plannen om dat verder uit te breiden richting chronisch zieken kunnen dat aantal richting 3,4 miljoen brengen. De zelfverklaarde hoeders van de solidariteit houden in werkelijkheid een systeem in stand dat die solidariteit fundamenteel ondergraaft.
België als uitschieter
De gevolgen van die aanpak zijn zichtbaar. België telt vandaag richting 600.000 langdurig zieken, goed voor bijna 9 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd. Dat ligt aanzienlijk hoger dan in Nederland, waar dat aandeel rond 4 à 5 procent ligt, en Duitsland, waar het zich rond 5 à 6 procent situeert. In Frankrijk wordt de overgang naar langdurige invaliditeit strikter bewaakt en blijven meer mensen in tijdelijke statuten. Het verschil met België is moeilijk te verklaren zonder naar de werking van het systeem zelf te kijken.
De maat is vol
De politieke reacties tonen dat de maat vol is. N-VA spreekt van cijfers die “alle verbeelding tarten” en wijst op het flagrante belangenconflict waarbij adviserend artsen tegelijk voor een ziekenfonds werken en de leden ervan moeten beoordelen. De partij pleit voor een parlementair onderzoek, wil de controlefunctie loskoppelen van de ziekenfondsen en schuift expliciet de mogelijkheid naar voren om schadevergoedingen te eisen en onterechte uitgaven terug te vorderen.
Intussen blijven concrete maatregelen beperkt in hun impact. De terug-naar-werkvoucher moest volgens minister Vandenbroucke duizenden, tot zelfs 10.000 langdurig zieken activeren, maar bereikte uiteindelijk welgeteld 188 personen.
Dit kan niet blijven duren
De vraag ligt nu onvermijdelijk op tafel. Kan een systeem blijven functioneren waarin dezelfde organisaties patiënten begeleiden, hun recht op uitkeringen beoordelen, mee beslissen over besparingen in de zorg en tegelijk geen verantwoordelijkheid dragen voor de financiële gevolgen van hun beslissingen? Zolang die structuur behouden blijft, verandert er weinig.
Een fundamentele hervorming dringt zich op, tot en met de vraag of één organisatie zonder ledenbinding en zonder belangenvermenging niet efficiënter en eerlijker zou zijn. Het systeem ontspoort al jaren en zal dat ook blijven doen als nu niet wordt ingegrepen. De kost wordt systematisch doorgeschoven naar wie het systeem financiert: de belastingbetaler, de werkende bevolking en de ondernemers.