Theo Francken en Connor Rousseau vinden elkaar in pleidooi voor ‘bootcamps’ voor relschoppers, PS spreekt van “fascisme”
Connor Rousseau (Vooruit) en Theo Francken (N-VA) zitten op dezelfde lijn over de aanpak van relschoppers. Beide politici pleiten voor een vorm van ‘bootcamp’ voor jongeren die betrokken zijn bij geweld. De Brusselse PS reageert scherp en spreekt van “fascisme”.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
Theo Francken en Connor Rousseau vinden elkaar in hun pleidooi voor een vorm van ‘bootcamp’ voor relschoppers, maar botsen daarmee op scherpe kritiek van het PS.
Het begon allemaal toen Rousseau donderdag in de Afspraak vertelde dat hij zich ’s ochtends plots midden in de betoging voor het onderwijs in Wallonië bevond. “Er waren een paar vreedzame mensen aan het betogen, maar ook vrij jonge gasten die de politiek uitdaagde en dingen vernielden”, vertelt hij. “Op mijn vijftiende was ik benauwd van de politie en had ik daar veel respect voor. Nog altijd.”
De voorzitter van de Vlaamse socialisten noemde de jongeren ook openlijk ‘krapuul’ op zijn sociale mediakanalen. “Ja, ik heb er geen ander woord voor”, verklaarde hij in De Afspraak. “Ik word echt kwaad van al dat fysiek geweld. Je moet dat durven benoemen en zeggen wat je met die gasten gaat doen. Je mag ze niet opgeven, want ze zijn jong. Maar stuur ze naar een bootcamp en laat die werken en hun schade betalen.” Bij de vraag of hij dat bij het leger ziet, antwoordt Rousseau nog: “Ik weet niet of ik al die gasten wel een mitraillette in de handen wil steken”.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen