Good Move met de rug tegen de muur van voldongen feiten (edito)
Good Move moest Brussel verzoenen met zachtere mobiliteit, maar volgens critici is het plan uitgegroeid tot een duur en bijna onomkeerbaar systeem dat de hoofdstad steeds meer verstikt. Terwijl miljarden werden geïnvesteerd, groeit ook de frustratie over files, vertragingen en een stad die steeds moeilijker bereikbaar wordt.
Gepubliceerd door Nicolas de Pape
Samenvatting van het artikel
Wat begon als een plan voor zachtere mobiliteit, dreigt volgens dit editoriaal uit te groeien tot een duur en bijna onomkeerbaar systeem dat Brussel steeds verder verstikt.
Good Move is in Brussel uitgegroeid van een paradigma tot een dogma.
Brussel heeft een zware erfenis. De Noord-Zuidverbinding en de Wereldtentoonstelling van 1958 hebben diepe wonden geslagen in het stedelijke weefsel van de hoofdstad. Stel u voor dat men in Parijs een spoorwegtunnel zou graven tussen Gare du Nord en Gare de Lyon. Een gigantische ingreep. Wij hebben dat helaas wel gedaan.
1958: de Glorieuze Dertig Jaren. De Amerikaanse droom. Brussel moest een soort New York of zelfs Los Angeles worden. De autosnelweg Namen-Brussel moest rechtstreeks uitkomen op de Grote Markt. Voor de oliecrisis was brandstof goedkoop. Het tijdperk van de auto heerste.
Daarna kwamen de ecologiebeweging, de strijd tegen de klimaatopwarming en de grote verklaringen op de Top van Rio in 1992. De auto werd ouderwets verklaard. De “zachte mobiliteit” nam het over.
Automobilisten niet langer welkom
Het Brussels Gewest begon vervolgens miljarden euro’s uit te geven om de littekens uit het verleden te herstellen en automobilisten, die plots ongewenst werden geacht, uit de stad te weren.
Het resultaat kennen we intussen: een bijna volledige verlamming van het Brussels Gewest. Dubbele fietspaden, eenrichtingsstraten die zelfs de geduldigste bestuurders ontmoedigen, tramtracés die soms alle logica lijken te tarten, denk maar aan de Koningsstraat. Een overvolle metro. En een Noordmetro waarvan het budget volledig ontspoort.
Toch verkiezen veel pendelaars nog altijd om alleen in hun wagen te vloeken op een vastgelopen boulevard, eerder dan zich als sardienen in overvolle openbare vervoersmiddelen te wringen tijdens de spits.
Vandaag hebben brandweerwagens, ambulances, artsen en verpleegkundigen soms moeite om Brusselaars in nood tijdig te bereiken. Wie kan garanderen dat een grote brand in het stadscentrum op een dag niet onbeheersbaar wordt door een gebrek aan mobiliteit? Tegen dan zullen de slachtoffers wellicht vergeefs zoeken naar verantwoordelijke politici die intussen al lang met pensioen zijn.
“Good Move mag niet worden afgebroken”
Minister Elke Van den Brandt vraagt om Good Move niet terug te draaien. Volgens haar zou dat “een verspilling van energie” zijn. En uiteraard ook een verspilling van geld. Er zijn immers enorme bedragen geïnvesteerd.
Want zodra plekken zoals de Hallepoort of het Schumanrondpunt worden heringericht, begrijpt iedereen dat terugkeren vrijwel onmogelijk wordt. En dat weet Van den Brandt perfect.
Uiteindelijk wilde de MR Good Move doen ontploffen. Toch lijkt Brussel veroordeeld om het eeuwig te ondergaan. Laat ons hopen dat toekomstige verlammende projecten tenminste grondig worden afgewogen in het licht van de huidige situatie. Errare humanum est, perseverare diabolicum.