Een tweede autoloze dag: wordt Moederdag het slachtoffer van bestraffende ecologie? (opinie)
In dit opiniestuk uit Geoffroy Coomans de Brachène, Brussels MR-parlementslid, kritiek op het plan voor een tweede autoloze dag in Brussel, voorzien op Moederdag 2027. Hij hekelt een maatregel die volgens hem wordt opgelegd zonder voldoende overleg, en waarvan de sociale, familiale en economische gevolgen worden onderschat.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Het voorstel voor een tweede autoloze dag in Brussel zorgt voor politieke kritiek, omdat de geplande datum op Moederdag 2027 volgens tegenstanders slecht gekozen is en te weinig rekening houdt met gezinnen, handelaars en kwetsbare Brusselaars.
Het idee van Elke Van den Brandt om een tweede autoloze dag in Brussel te organiseren, had voorzichtigheid, methode en respect voor de dagelijkse realiteit van de Brusselaars verdiend. In plaats daarvan werd het gelanceerd als alweer een politieke aankondiging, op een bijzonder slecht gekozen datum, zonder duidelijke kostenraming, zonder operationele garanties en zonder voldoende overleg met wie de gevolgen ervan zal moeten dragen.
De datum van 9 mei 2027 is niet onschuldig. Die valt op de zondag van Moederdag en op het einde van de Franstalige schoolvakantie. Het is een dag waarop veel families zich verplaatsen: bezoeken aan oudere ouders, intergenerationele maaltijden, verplaatsingen tussen gemeenten, terugkeer van een weekend, nieuw samengestelde gezinnen, kinderen in co-ouderschap.
Je moet wel erg losgekoppeld zijn van de familiale realiteit om het probleem niet meteen te zien. Je kan een rustigere stad verdedigen zonder de indruk te wekken dat je families verhindert om samen te komen. Je kan andere vormen van mobiliteit promoten zonder van een familiedag een extra verplichting te maken.
Minister-president Boris Dilliès heeft overigens moeten ingrijpen om eraan te herinneren dat de datum “niet beslist is” en dat het organiseren van die dag op Moederdag en aan het einde van de schoolvakantie “contraproductief” zou zijn. Die rechtzetting was nodig. Ze bevestigt vooral dat de oorspronkelijke aankondiging slecht was voorbereid.
Het gaat niet alleen om een kalenderprobleem. Het gaat om een probleem van methode.
Al te lang wordt mobiliteit in Brussel benaderd als een ideologisch demonstratieterrein: men kondigt aan, men legt op, en daarna vraagt men aan de Brusselaars om zich aan te passen. Die logica heeft het debat rond ‘Good Move’ al op scherp gezet. Ze dreigt hier hetzelfde effect te hebben: verdelen in plaats van overtuigen, mensen tegen zich in het harnas jagen in plaats van samenbrengen.
Er moet ook worden gesproken over de werkelijke kostprijs. Een extra autoloze dag is allesbehalve gratis. Zo’n dag mobiliseert de MIVB, de gemeenten, de politiezones, de hulpdiensten, administratieve teams, signalisatie, afsluitingen, communicatie en regionale coördinatie. Ramingen die in het verleden al werden genoemd, draaiden rond bijna één miljoen euro, zonder zelfs alle indirecte kosten mee te rekenen.
Wie zal dat werkelijk betalen? Het Gewest? De gemeenten? De politiezones? De MIVB? De handelaars? De zelfstandigen? De gezinnen?
Moederdag is ook een belangrijke economische dag voor heel wat sectoren: restaurants, cafés, traiteurs, patissiers, chocolatiers, bloemisten, taxi’s, bezorgdiensten, zelfstandigen en dienstverleners aan huis. Voor sommige handelszaken vertegenwoordigt die zondag een aanzienlijk deel van de maandelijkse omzet. Een verkeersbeperking kan annuleringen veroorzaken, leveringen bemoeilijken of de organisatiekosten doen stijgen.
Men kan niet van handelaars en zelfstandigen blijven vragen dat ze zich voortdurend aanpassen, zonder ooit ernstig te becijferen wat die aanpassingen hen kosten.
Er is ten slotte ook een sociale kwestie. Een autoloze dag kan aangenaam zijn voor wie dicht bij het openbaar vervoer woont, tijd heeft, in goede gezondheid verkeert en geen bijzondere beperkingen heeft. Maar ze kan veel ingewikkelder worden voor ouderen, gezinnen met jonge kinderen, personen met beperkte mobiliteit, mantelzorgers, thuisverpleegkundigen, gezinshulpen of werknemers die materiaal moeten vervoeren.
Een rustige stad mag geen geblokkeerde stad worden.
Boris Dilliès had gelijk om het debat bij te sturen: een tweede autoloze dag mag geen eenvoudige “copy-paste” zijn van de bestaande autoloze zondag. Ze moet worden doordacht met pedagogie, praktisch inzicht en respect voor de Brusselse realiteit. Precies dat ontbrak in de oorspronkelijke aankondiging. Vooraleer een extra beperking op te leggen, moeten de alternatieven worden versterkt, de gemeenten worden geraadpleegd, de kosten worden becijferd en moet er een datum worden gekozen die samenbrengt in plaats van polariseert.
Brussel heeft nood aan een geloofwaardige, haalbare en gedragen mobiliteit. Het heeft nood aan betrouwbaar openbaar vervoer, beter onderhouden wegen, toegankelijke voetpaden, veiligere kruispunten en een betere coördinatie van werven. Niet aan een nieuw opgelegd symbool.
Ik betwist het doel van een duurzamere mobiliteit niet. Ik betwist een methode die overtuiging verwart met haast. Ik betwist een communicatie die een potentieel nuttige maatregel verandert in een nutteloze provocatie.
Een tweede autoloze dag kan besproken worden. Maar niet om het even wanneer, niet om het even hoe, niet zonder kostenraming, niet zonder overleg, en zeker niet door opnieuw de indruk te wekken dat de Brusselaars zich moeten aanpassen aan mobiliteitsbeslissingen voordat het mobiliteitsbeleid zich aan hen aanpast.