LEZ haalt Brussels Leefmilieu in: dubbele pet zorgt voor gefronste wenkbrauwen
Een verantwoordelijke bij Brussels Leefmilieu, die mee het dossier rond de lage-emissiezone opvolgt, zetelde ook in de raad van bestuur van Bral. Die vzw droeg bij aan de vernietiging van het uitstel van de LEZ. De situatie roept vragen op, tot in de Brusselse kabinetten.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
Een directrice van Brussels Leefmilieu die mee het LEZ-dossier opvolgt, komt onder vuur omdat ze ook bestuurder was bij Bral, de vzw die het uitstel van de lage-emissiezone mee liet vernietigen.
Het LEZ-dossier blijft Brussel door elkaar schudden. Na de politieke discussies, de mislukte uitstellen, de boetes en de juridische procedures, rijzen er nu vragen over een mogelijk belangenconflict binnen de gewestelijke administratie zelf.
Centraal in de zaak staat een directrice van Brussels Leefmilieu, verantwoordelijk voor het departement “duurzame mobiliteit”. In die functie speelt ze een belangrijke rol in de opvolging van de lage-emissiezone, onder meer binnen de taskforce waarin Brussels Leefmilieu, Brussel Fiscaliteit en Brussel Mobiliteit samenwerken. Alleen: diezelfde verantwoordelijke stond ook vermeld als bestuurder bij Bral, een Brusselse vzw die actief is rond stedelijke en milieukwesties.
Bral behoort tot de verenigingen die het uitstel van de LEZ hebben aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Eind 2025 vernietigde het Hof de beslissing van het Brussels Parlement, dat een uitstel had voorzien voor bepaalde dieselvoertuigen met Euronorm 5 en benzinewagens met Euronorm 2. Daardoor werd de oorspronkelijke LEZ-kalender opnieuw van kracht.
Een dubbele pet die wringt
In Brusselse politieke en administratieve kringen valt die dubbele rol slecht. De vraag is eenvoudig: kan iemand aan de ene kant een gevoelig dossier aansturen voor de gewestelijke administratie, en aan de andere kant zetelen in een vereniging die een politieke beslissing over datzelfde dossier bestrijdt?
Voor sommigen is het ongemak duidelijk. Het gaat niet alleen om een juridische kwestie, maar ook om neutraliteit en vertrouwen in de administratie. Het LEZ-dossier ligt politiek al bijzonder gevoelig. Een vermoeden van belangenconflict toevoegen aan de administratieve machine is dan alsof je een jerrycan benzine naast een slecht bewaakte barbecue zet.
Brussels minister van Openbaar Ambt Dirk De Smedt vindt dat de situatie ernstig moet worden onderzocht. Zijn kabinet herinnert eraan dat de onpartijdigheid van de administratie en de afwezigheid van belangenconflicten essentiële principes zijn binnen de openbare dienst.
Ook Ans Persoons, Brussels staatssecretaris voor Leefmilieu, zegt dat ze de administratie heeft gevraagd om de situatie van de betrokken ambtenaar te analyseren, op basis van haar statuut en de deontologische code die geldt binnen Brussels Leefmilieu.
Brussels Leefmilieu verdedigt haar directrice
Brussels Leefmilieu minimaliseert de kwestie. De administratie benadrukt dat het mandaat bij Bral onbezoldigd was en daarom geen formele toestemming vereiste, zoals dat wel het geval is voor bepaalde betaalde nevenactiviteiten.
Volgens Brussels Leefmilieu heeft de directrice bovendien volledig transparant gehandeld tegenover haar hiërarchie. Er zouden ook waarborgen zijn ingebouwd om elk belangenconflict te vermijden. Zo preciseert de administratie dat de verantwoordelijke zich heeft onthouden bij een stemming over de LEZ-mijlpaal van 2025.
De administratie zegt nog altijd volledig vertrouwen te hebben in de medewerkster en in haar vermogen om haar verschillende functies van elkaar te scheiden. Brussels Leefmilieu voegt eraan toe dat de betrokken persoon intussen haar mandaat als bestuurder bij Bral heeft neergelegd.
Maar dat vertrek lijkt bijzonder recent. Volgens de beschikbare informatie stond haar naam tot voor kort nog tussen de bestuurders van de vereniging, onder meer in documenten over de jaarrekening die eind april 2026 werd goedgekeurd.
Een dossier dat op een slecht moment komt
De zaak komt op een moment waarop Brussels Leefmilieu al onder druk staat. De administratie zit nog altijd zonder volledig gestabiliseerde leiding, terwijl de benoeming van Marie-Pierre Fauconnier geblokkeerd blijft. Tegelijk heeft de Brusselse regering haar houding tegenover bepaalde milieuverenigingen verhard, vooral tegenover organisaties die herhaaldelijk juridische stappen ondernemen tegen gewestelijke beslissingen.
Bral en Inter-Environnement Bruxelles behoren tot de organisaties waarvan de subsidies in vraag werden gesteld of geschrapt in dit politieke armworstelen.
De kwestie zou dus verder kunnen gaan dan één individueel geval. Ze dreigt het debat opnieuw aan te wakkeren over de invloed van verenigingen op het Brusselse beleid, maar ook over de controle op Brussels Leefmilieu. In een hoofdstad waar elke mobiliteitsbeslissing uitdraait op een veldslag, kan de kleinste administratieve grijze zone snel een politieke affaire worden. En met de LEZ heeft Brussel daar al meer dan genoeg van.