Hongarije tussen breuk en continuïteit (opinie)
Bij de Hongaarse verkiezingen afgelopen zondag gaf Premier Viktor Orbán zijn nederlaag bij de parlementsverkiezingen al snel toe. Tisza, de partij van tegenstander Péter Magyar, boekte een grote overwinning, met zelfs een twee derde meerderheid van de zetels, wat toelaat de Grondwet te wijzigen. Magyar wil dat laatste ook doen, zodat een premier slechts 2 termijnen kan dienen, waardoor Orbán niet opnieuw premier zou kunnen worden. Een vrije tribune van Pieter Cleppe, hoofdredacteur van Brussels Report.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
— Péter Magyar deelt op meerdere punten standpunten met Viktor Orbán, onder meer inzake migratie, Rusland en economisch beleid.
— Zijn partij krijgt kritiek op interne werking en roept twijfels op over de beloofde politieke vernieuwing.
— De tekst wijst breder op de rol van EU-fondsen als mogelijke aanjager van corruptie en op vermeende dubbele standaarden binnen de EU.
Ideologisch heeft Peter Magyar nochtans wel wat gemeen met Viktor Orbán, om te beginnen omdat hij lid was van dezelfde politieke partij. Magyar is voorstander van een streng immigratiebeleid en hij is sociaal conservatief.
Magyar zal geen veto uitspreken tegen een EU-lening aan Oekraïne, maar wat de Russische agressie betreft, is hij voorzichtig, ook al heeft hij de Russische invasie consequent veroordeeld. Hij vindt dat Hongarije directe betrokkenheid bij de oorlog moet vermijden. Hij is ook tegen de inzet van Hongaarse troepen en de overdracht van wapens naar Oekraïne, als dat via Hongaars grondgebied zou verlopen.
Magyar wil voorts dat Hongarije gewoon Russische olie blijft kopen, en hoopt dat de sancties tegen Rusland zullen worden opgeheven van zodra de oorlog stopt. Het stemgedrag van Tisza-europarlementsleden volgt ook de lijn van Fidesz, de partij van Orbán, wanneer het over zaken als zoals Oekraïne, landbouw en migratie gaat. Voor de rest volgen ze de dominante EU-consensus.
Ondernemer Dezső Farkas, een van de oprichters van de partij van Magyar stelt dat de interne cultuur van de partij zelf steeds „giftiger” is geworden, en ook een kopie van het Fidesz-systeem waar Magyar ooit deel van uitmaakte. De man verliet Tisza al, en stelt “De cultuur binnen de partij kreeg iets soortgelijks – gebaseerd op loyaliteit, niet op prestaties.”
Uiteraard wordt een politieke partij best professioneel geleid, en is er steeds een groot risico met te veel vrijheid van spreken bij nieuwe politieke partijen, maar het geeft allemaal aan dat het er misschien toch niet allemaal zo vernieuwend aan toe zal gaan.
Péter Magyar wil een nieuwe instelling oprichten die overheidscorruptie moet opsporen. Veel van de beschuldigingen van corruptie onder Orbán houden verband met EU-fondsen. Net als in andere lidstaten hebben EU-fondsen de neiging corruptie aan te wakkeren. De vraag is dan ook of het vrijgeven van enorme bedragen aan EU-geld aan Hongarije de corruptie zal verminderen.
Dubbele standaarden
Dat er een probleem is met corruptie en respect voor de rechtsstaat in Hongarije is iets waar ik in het verleden reeds over schreef. In 2022 besliste een meerderheid van EU-lidstaten om bepaalde EU-fondsen voor Hongarije te bevriezen omwille van die reden. Voor de Hongaarse economie was dit belangrijk. Tussen 2011 en 2014 en in 2020 waren de netto-bedragen die Hongarije ontvang uit de Europese structuurfondsen hoger dan de totale nominale BBP-groei van het land.
Naast het verlies van veel EU-fondsen was er ook de economische politiek van Orban, die volgens de Amerikaanse journalist John Fund een grote rol speelde in diens nederlaag. Hij stelt: “De kiezers hebben Orbán in Hongarije afgestraft vanwege zijn wanbeleid op economisch gebied. De afgelopen drie jaar bedroeg de groei slechts 0,1%. Op de economische punten die de kiezers belangrijk vonden, was Orbán geen conservatief – hij nam meer dan 300 bedrijven over, voerde een waanzinnig industriebeleid voor EV-accu’s, deelde cadeautjes uit en zag de inflatie in zes jaar tijd met 57% stijgen.”
Dat EU-lidstaten geld afsnijden bij verdenkingen van corruptie is terecht. De situatie is echter jammer genoeg ook problematisch in andere landen van het voormalige Oostblok. Academicus Bálint Magyar’s boek “Post-Communist Mafia State: The Case of Hungary”, uit 2016, en latere werken die hij samen met Bálint Madlovics schreef - zoals “The Anatomy of Post-Communist Regimes” – beschrijven hoe een „maffia-staat“ geen systeem is waarbij de georganiseerde misdaad de staat infiltreert, maar veeleer een staat waar de heersende elite maffia-methoden hanteert om rijkdom en macht te centraliseren.
Zeker Polen en Roemenië worden door beide auteurs kritisch onder de loep genomen om die reden. Roemenië wordt door Madlovics een “patronale democratie” genoemd, waarbij meerdere patronale netwerken strijden om de macht, en niet slechts een netwerk, zoals dat van Orban.
In tegenstelling tot Hongarije namen de andere EU-lidstaten echter nooit gelijkaardige maatregelen tegen Roemenië, ondanks de vele bewijzen over corruptie met EU-fondsen in het land. Ook Bulgarije kon steeds de dans ontspringen, zelfs wanneer er grootscheepse protesten door de bevolking werden georganiseerd tegen corruptie, die eind 2025 de regering deden vallen. Was dit omdat de regerende partijen in beide lidstaten deel uitmaken van de christendemocratische Europese Volkspartij of de Europese socialistische fractie?
De Poolse rechts-populistische PiS - partij is dan weer geen lid van de bewuste politieke families, en met die partij waren er wel jarenlange spanningen met Brussel. De kritiek uit Brussel was daarom niet noodzakelijk onterecht.
Het is maar de vraag of de opvolgers van PiS zo veel beter zijn. Volgens de Amerikaanse conservatieve denktank Hudson Institute alvast niet. In 2025 stelt de denktank dat er wel degelijke “terechte vragen” kunnen worden gesteld over het PiS – bewind, maar dat dit evenzeer het geval is voor de nieuwe regering van Donald Tusk, die in 2023 aantrad: “De regering van het Burgerplatform heeft onder het mom van „het herstel van de democratie“ twijfelachtige, zo niet illegale maatregelen genomen, waarvan er vele sterk lijken op de maatregelen waarvan zij de vorige regering beschuldigde.”
Het Amerikaanse Courthouse News Service noemde veel van de hervormingen van Tusk, onder meer de zuiveringen binnen overheidsmedia, “Constitutioneel gezien bedenkelijk”. Het Poolse Grondwettelijk Hof vernietigde ook een aantal maatregelen. De voorstanders van Tusk wijzen dan weer op het feit dat de rechters in die instelling door de vorige PiS – regering werden benoemd, maar in veel democratieën, bijvoorbeeld België en de V.S., worden rechters in de praktijk politiek benoemd. Feit is in elk geval dat zowel de PiS – regering als Orban vrijwillig de macht afstaan nadat ze door tegenstanders jarenlang als “autocratisch” werden betiteld.
Het Hongaarse Europarlementslid Katalin Cseh, een tegenstander van Orban stelt: „Orbáns cultuuroorlogen (…) zijn slechts het middel, kleptocratie is het uiteindelijke doel.” In de praktijk moeten we inderdaad vaststellen dat er met Orban of de Poolse PiS-regering altijd wel een deal te doen viel om “business as usual” op Europees niveau mogelijk te maken. Veel links EU-beleid, van de peperdure “green deal” tot lakse migratiepolitiek, kon jarenlang gedijen. Zij behoorden weliswaar tot de minderheid, maar EU-fondsen waren steeds wel het smeermiddel voor een deal.
EU-fondsen als brandversneller voor corruptie
Diezelfde EU-fondsen ondermijnen ook de rechtsstaat in EU-lidstaten. Uit een analyse door Hongaarse onderzoekers István János Tóth en Miklós Hajdu van ongeveer 5 miljoen overheidsopdrachten uit EU-lidstaten tussen 2007 en 2023 “blijkt dat door de EU gefinancierde opdrachten gepaard gaan met een aanzienlijk hoger risico op corruptie dan opdrachten die uit nationale middelen worden gefinancierd.” Ook voor West-Europese landen was er trouwens “een sterke positieve correlatie tussen EU-subsidies en het risico op corruptie”.
Een veelzeggend voorbeeld is dat het Tsjechische parlement in maart nog stemde om miljardair en premier Andrej Babiš te beschermen tegen een langlopende rechtszaak over vermeende fraude bij het verkrijgen van EU-subsidies.
Het is zowat onmogelijk om het probleem van corruptie in de Europese Unie los te zien van de miljarden aan Europese steunfondsen. Zeker en vast is dat niet alleen het geval in de “nieuwe” EU lidstaten in Centraal- en Oost-Europa. De Italiaanse hoogleraar strafrecht Vincenzo Musacchio, die verbonden is aan het gerenommeerde Rutgers Institute on Anti-Corruption Studies in New York waarschuwde in 2021: „Tussen 2015 en 2020 heeft de EU ongeveer 70 miljard euro aan structuur- en investeringsfondsen aan Italië toegewezen. De helft van deze middelen is in handen van de georganiseerde misdaad terechtgekomen.”
Succesvolle bestrijding van corruptie kan op lange termijn enkel door een mentaliteitswijziging. Toch zijn er op korte termijn successen te boeken, maar oplossingen zoals een nieuwe instelling oprichten, wat Magyar van plan is, helpen vaak niet. Wat wel helpt is wat ex-president Micheil Saakasjvili van Georgië deed in zijn land, twintig jaar geleden. Saakasjvili slaagde er toen in corruptie in Georgië spectaculair terug te dringen, door eenvoudigweg de rol van de overheid in de economie te verminderen.
Als de EU bezorgd is over corruptie in Hongarije of andere EU-lidstaten, heeft het daar dus zelf vat op. Het kan eenvoudigweg fors snijden in de EU-steunfondsen.