Geweld aan de kust, agressies op het openbaar vervoer: wat als het echte probleem opvoeding is? (vrije tribune)
Vechtpartijen aan de Belgische kust, MIVB-controleurs die in elkaar worden geslagen, toenemende onbeleefdheid: volgens Marcela Gori, MR-vicevoorzitter van het OCMW van Anderlecht, wijzen deze feiten niet alleen op een veiligheidsprobleem, maar ook op een diepere crisis in de opvoeding.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Volgens Marcela Gori zijn de recente geweldsincidenten aan de kust en op het openbaar vervoer niet alleen een veiligheidsprobleem, maar vooral het gevolg van een groeiend gebrek aan opvoeding, respect en zelfdiscipline.
Inhoud
Hebt u de beelden gezien van het geweld aan de Belgische kust afgelopen weekend? Ze werden massaal gedeeld op televisie en sociale media. Jongeren gingen er op het strand met elkaar op de vuist alsof het om een afrekening ging. Een ander incident vond plaats op een tram van de MIVB, waar drie jongeren controleurs aanvielen nadat die hen om een geldig vervoersbewijs hadden gevraagd. Het resultaat: zeven gewonde controleurs die arbeidsongeschikt werden verklaard.
Ik heb eerder al geschreven over stedelijk geweld als een vorm van territoriumstrijd. Over drugshandelaren die grenzen aftasten om uiteindelijk een straat of wijk onder controle te krijgen. Maar hier gaat het om iets anders: opvoeding.
Ik zal waarschijnlijk als een boomer worden bestempeld – hoewel ik pas 30 ben – maar ik sta volledig achter de visie op de samenleving die ik hier wil delen. In de tijd van mijn ouders en grootouders werden leerkrachten, opvoeders, politieagenten en iedereen die een vorm van gezag vertegenwoordigde, gerespecteerd. Mijn ouders leerden van hun ouders dat je rechtstond wanneer de directeur de klas binnenkwam, dat je de kassierster begroette, bedankt zei wanneer iemand een deur openhield en je plaats afstond aan ouderen of mensen met een beperking op het openbaar vervoer.
Ik geloof sterk in dat principe van opvoeding en het doorgeven van respect voor anderen. Dat idee wordt perfect samengevat in een uitspraak van de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt uit haar boek La crise de la culture (Between Past and Future, 1961): “Onderwijs is het punt waarop wordt beslist of wij genoeg van de wereld houden om er verantwoordelijkheid voor te nemen.”
Die uitspraak is bijzonder krachtig, omdat ze duidelijk maakt dat opvoeding niet alleen draait om het “ontplooien” van een kind. Ze gaat ook over het doorgeven van een bestaande wereld – met haar regels, cultuur, grenzen en erfgoed – zodat nieuwe generaties die later kunnen vernieuwen zonder haar te vernietigen.
De Romeinse disciplina
Dergelijke scènes van gratuit geweld en gebrek aan opvoeding doen zich vandaag voor in tal van Europese landen. De reden is volgens mij eenvoudig: jarenlang heeft het Westen geloofd dat elke vorm van beperking onderdrukking was en dat verbieden traumatiserend zou zijn. Men mocht kinderen vooral niets opleggen uit angst hun innerlijke persoonlijkheid te schaden. Die benadering is menselijk gezien lovenswaardig, maar vanuit het oogpunt van samenleven vind ik ze ronduit zelfdestructief.
Onze cultuur is in grote mate Romeins. En de Romeinen beschikten over een begrip dat vandaag bijna uit ons collectieve geheugen verdwenen is: disciplina. Dat betekende veel meer dan de discipline die wij vandaag associëren met gehoorzaamheid of straf. Het ging om een innerlijke vorming, zelfbeheersing, het leren beheersen van impulsen en het aanvaarden van gemeenschappelijke regels die het samenleven mogelijk maken.
Voor een Romein was een vrij man niet iemand die elke woede-uitbarsting of elk verlangen onmiddellijk volgde, maar iemand die zichzelf kon beheersen voordat hij probeerde iets of iemand anders te leiden. De Romeinse historicus Titus Livius verwoordde het als volgt: “Discipline en zeden hebben Rome groot gemaakt.”
De Romeinen begrepen iets wat onze samenlevingen soms lijken te vergeten: een beschaving wordt niet alleen gedragen door wetten, rechtbanken of politieagenten. Ze rust vooral op de talloze onzichtbare grenzen die mensen zichzelf vrijwillig opleggen, uit respect voor anderen, uit verantwoordelijkheidszin of simpelweg omdat ze van jongs af aan hebben geleerd dat niet alles mag.
Als we iets willen veranderen – en ik geloof dat dat mogelijk is – dan moeten we opvoeding en discipline opnieuw centraal stellen. Barbarij begint namelijk niet pas bij grote historische rampen. Ze begint veel vroeger. Ze begint wanneer niemand nog durft te zeggen: “Nee, dit kan niet.”
Zolang we opvoeding blijven verwarren met de afwezigheid van grenzen, zullen we ons blijven verbazen over generaties die de kleinste frustratie alleen nog via een machtsstrijd lijken te kunnen verwerken.