VBO voert de druk op de regering op: ‘Werken moet netto meer opleveren’
De verhoging van de belastingvrije som zal vanaf november een eerste effect hebben op de nettolonen. De meeropbrengst blijft voorlopig beperkt, maar het VBO roept de regering op om de fiscale hervorming niet terug te schroeven in het kader van de begrotingsonderhandelingen.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Het VBO roept de federale regering op om vast te houden aan de fiscale hervorming, die werken tegen 2029 tot 90 euro netto extra per maand moet opleveren.
Vanaf november zullen heel wat Belgische werknemers enkele euro’s extra op hun loonbriefje zien verschijnen. Een eerste fase van de fiscale hervorming waartoe de federale regering heeft besloten, wordt dan immers concreet verwerkt in de berekening van de bedrijfsvoorheffing.
De verandering blijft aanvankelijk beperkt. Voor 2026 stijgt de belastingvrije som — het deel van het inkomen waarop geen belasting verschuldigd is — van 11.170 naar 11.550 euro per jaar. Volgens berekeningen van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zullen werknemers met een voldoende hoog belastbaar inkomen in november daardoor 8,47 euro minder bedrijfsvoorheffing betalen. In december volgt opnieuw eenzelfde vermindering.
Pieter Timmermans, CEO van het VBO, noemt dat een positieve eerste stap, al vindt hij dat de hervorming veel verder moet gaan.
Tegen 2029 tot 90 euro netto extra per maand
De echte inzet ligt vooral bij de volgende fases van de hervorming. De belastingvrije som moet geleidelijk worden opgetrokken tot 15.300 euro in 2029. Volgens het VBO zou dat op termijn voor de betrokken werknemers ongeveer 90 euro netto extra per maand kunnen opleveren.
Voor Pieter Timmermans moet het uitgangspunt blijven dat werken financieel meer loont. ‘Een hervorming die ervoor zorgt dat werken netto meer oplevert, speelt in op een van de belangrijkste structurele uitdagingen van onze arbeidsmarkt’, schrijft de topman van het VBO.
De werkgeversorganisatie vindt onder meer dat het Belgische systeem van de personenbelasting te snel de hoogste tarieven bereikt. Werknemers komen relatief snel terecht in belastingschijven van 40, 45 of 50 procent. Daardoor houden ze volgens het VBO netto minder over aan een loonsverhoging of promotie.
Het VBO pleit daarom voor een geleidelijkere opbouw van de belastingdruk, om wat het omschrijft als ‘promotievalkuilen’ te beperken.
Begrotingsonderhandelingen baren het VBO zorgen
De waarschuwing komt er op een bijzonder gevoelig moment. De federale regering voert moeilijke begrotingsonderhandelingen en zoekt meerdere miljarden euro om de overheidsfinanciën geleidelijk weer op orde te brengen.
In die context dreigen ook de timing en de omvang van de belastingverlagingen die in het kader van de fiscale hervorming zijn beloofd, ter discussie te komen staan.
Het VBO vreest dat de noodzaak om te besparen of nieuwe inkomsten te vinden, de regering ertoe zal aanzetten een deel van de oorspronkelijk geplande lastenverlagingen af te zwakken of uit te stellen.
Pieter Timmermans roept de regering dan ook op om vast te houden aan de oorspronkelijke doelstelling van de hervorming: het financiële verschil tussen werken en niet werken vergroten. Hij erkent wel dat de verhoging vanaf november voorlopig beperkt blijft. ‘Voorlopig gaat het dus nog om een beperkt bedrag. Maar de ingeslagen richting is daarom niet minder belangrijk’, benadrukt hij.
Niet iedereen zal er netto op vooruitgaan
Het VBO plaatst zelf een belangrijke kanttekening: de hervorming betekent niet dat alle werknemers vanaf november automatisch meer nettoloon zullen ontvangen.
Tegelijkertijd worden immers ook andere fiscale wijzigingen verwerkt in de berekening van de bedrijfsvoorheffing.
Dat geldt onder meer voor bepaalde grote gezinnen. De fiscale toeslagen vanaf het derde kind worden tijdelijk bevroren in het kader van de geleidelijke gelijkschakeling van het belastingvoordeel per kind. Voor sommige betrokken gezinnen kan dat net het tegenovergestelde effect hebben en leiden tot een lichte daling van het nettoloon tegenover de voorgaande maanden.
Een andere factor is de geleidelijke afschaffing van het huwelijksquotiënt. Dat mechanisme maakt het momenteel onder bepaalde voorwaarden mogelijk om een deel van de beroepsinkomsten van de partner met het hoogste inkomen fiscaal toe te rekenen aan de partner met weinig of geen beroepsinkomsten. De geleidelijke afschaffing ervan kan de belastingfactuur van sommige gezinnen daardoor verhogen.
Ook hier wil de regering de financiële prikkel om te werken versterken. De gevolgen van de hervorming zullen echter verschillen naargelang de gezinssituatie.
Fiscale hervorming dreigt klem te raken tussen begrotingsdoelen
Achter de enkele euro’s extra die sommige werknemers vanaf november op hun loonbriefje mogen verwachten, schuilt dan ook een veel ruimere vraag: zal de regering haar volledige fiscale hervorming kunnen handhaven terwijl ze tegelijk de overheidsfinanciën moet saneren?
Volgens het VBO hoeven die twee doelstellingen elkaar niet tegen te spreken. De werkgeversorganisatie is van oordeel dat een lagere belastingdruk op arbeid de werkgelegenheid en de economische activiteit kan stimuleren en op termijn ook kan bijdragen aan het herstel van de overheidsfinanciën.
‘Een doeltreffende fiscale hervorming moet in de eerste plaats goed worden afgesteld en op een samenhangende en consequente manier worden uitgevoerd’, besluit Pieter Timmermans. Hij roept de beleidsmakers op om het hervormingswerk voort te zetten.
Het blijft het standpunt van de werkgeversorganisatie, die haar oproep lanceert midden in een harde begrotingsstrijd. De regering moet nu een evenwicht vinden tussen haar uitgesproken ambitie om werken netto meer te laten opleveren en de onmiddellijke noodzaak om besparingen en inkomsten te vinden om het begrotingstekort terug te dringen.