België neemt het voorzitterschap van de Nucleaire Alliantie over: wat staat er echt op het spel?
Voor het eerst zit België een ministeriële bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie voor. Achter dat symbolische moment schuilt een veel concretere ambitie: Brussel wil mee bepalen welke plaats kernenergie na 2030 krijgt in het Europese energiebeleid.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Voor het eerst zit België een ministeriële bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie voor. Naast het symbolische belang wil Brussel ook wegen op een veel concreter debat: de plaats van kernenergie in het Europese energiebeleid na 2030.
België zet een nieuwe stap in zijn gewijzigde Europese koers op het vlak van kernenergie. Donderdag zit federaal minister van Energie Mathieu Bihet voor het eerst een ministeriële bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie voor. Die vindt plaats in de marge van de Raad van Europese energieministers in Luxemburg.
De informele alliantie werd in februari 2023 op initiatief van Frankrijk opgericht en verenigt EU-lidstaten die kernenergie een prominentere plaats willen geven in het Europese energie- en klimaatbeleid. België nam tot februari 2025 alleen als waarnemer deel aan de alliantie, waarna het volwaardig lid werd.
Voor de federale regering is het voorzitterschap van een bijeenkomst van de groep dan ook een symbolisch moment dat de koerswijziging in het Belgische energiebeleid weerspiegelt.
‘België heeft ervoor gekozen kernenergie opnieuw centraal te stellen in zijn energiebeleid. Op Europees niveau verdedigen we dezelfde ambitie: kernenergie moet ten volle worden erkend voor haar bijdrage aan de bevoorradingszekerheid, de decarbonisatie en het concurrentievermogen van onze industrie’, stelt Mathieu Bihet.
Een voorzitterschap dat vooral symbolisch is
Toch moet de institutionele betekenis van deze bijeenkomst worden gerelativeerd. De Nucleaire Alliantie is geen Europese instelling en het voorzitterschap geeft België geen bijzondere bevoegdheden in het besluitvormingsproces van de Europese Unie. Het gaat om een informele coalitie van landen die op het vlak van kernenergie vergelijkbare standpunten innemen.
De bijeenkomst brengt niettemin ministers en hooggeplaatste vertegenwoordigers van vijftien lidstaten en waarnemers samen, naast de Europese Commissie.
De politieke betekenis ligt elders: België schaart zich nu nadrukkelijk achter de groep landen die de toekomstige Europese regelgeving in een bepaalde richting proberen te sturen. Ze pleiten voor een zogenoemde ‘technologieneutraliteit’, waarbij kernenergie en hernieuwbare energiebronnen meer op gelijke voet zouden worden behandeld.
Dat is een duidelijke breuk met de Belgische koers van enkele jaren geleden. België trad pas op 18 februari 2025 toe tot de Nucleaire Alliantie als volwaardig lid, nadat het eerder de status van waarnemer had behouden.
‘Gisteren keek België toe bij de Nucleaire Alliantie. Vandaag zit ons land een bijeenkomst voor. Dat bewijst dat België een punt heeft gezet achter decennia van aarzeling en opnieuw zijn stempel drukt op het Europese debat’, aldus Mathieu Bihet.
Die laatste beoordeling is uiteraard die van de minister. Dat België zijn standpunt heeft gewijzigd, staat daarentegen buiten kijf.
De echte inzet: de Europese regels na 2030
Achter de bijeenkomst schuilt vooral een veel fundamentelere strijd, die de komende jaren bepalend kan zijn: de uitwerking van het Europese energiebeleid voor de periode na 2030.
De Europese Commissie moet verschillende onderdelen van haar energiebeleid afstemmen op de nieuwe Europese klimaatdoelstellingen. De landen van de Nucleaire Alliantie pleiten daarbij voor een kader dat uitgaat van ‘technologieneutraliteit’ en lidstaten meer vrijheid laat om zelf te bepalen welke middelen ze inzetten om hun economie koolstofarmer te maken.
In juli vroegen vijftien landen van de alliantie de Europese Unie dan ook om een Europese doelstelling voor schone energie te overwegen, waarin zowel kernenergie als hernieuwbare energiebronnen worden opgenomen. Daarmee willen ze af van een aanpak die uitsluitend op hernieuwbare energie is gericht.
Dat debat is veel meer dan een kwestie van woordkeuze. De manier waarop de EU haar doelstellingen voor de periode na 2030 vastlegt, kan gevolgen hebben voor investeringen, steunmechanismen en uiteindelijk ook voor de financieringsvoorwaarden van energieprojecten.
De alliantie vraagt bovendien om betere toegang tot Europese financiering voor nucleaire projecten en meer voorspelbaarheid bij de procedures rond staatssteun. In een verklaring van maart vroeg ze onder meer dat toekomstige Europese financieringsinstrumenten kernenergieprojecten niet zouden mogen uitsluiten vanwege de gebruikte technologie.
Het debat ligt in Europa nog open
Niet alle EU-lidstaten delen die visie. De standpunten over energie blijven sterk uiteenlopen binnen de Unie. Sommige landen en betrokken partijen willen vasthouden aan specifieke doelstellingen voor hernieuwbare energie, in plaats van die te vervangen door een bredere doelstelling voor koolstofarme energie.
Tegen die achtergrond krijgt het Belgische voorzitterschap meer betekenis.
Voor Brussel gaat het dus niet alleen om het verdedigen van de eigen energiekeuzes. België wil ook bijdragen aan een wijziging van het Europese kader dat de voorwaarden zal bepalen voor de financiering van de levensduurverlenging van bestaande reactoren, nieuwe kerncentrales en toekomstige kleine modulaire reactoren, de zogenaamde SMR's.
De bedragen die daarmee gemoeid zijn, kunnen aanzienlijk oplopen. Volgens Europese ramingen is tegen 2050 ongeveer 241 miljard euro aan investeringen nodig om de geplande nucleaire capaciteit in de Europese Unie in stand te houden en verder uit te bouwen.
Tijdens de bijeenkomst in Luxemburg komt ook de bevoorradingszekerheid van medische radio-isotopen aan bod. België had dat dossier in juni al samen met verschillende andere lidstaten op de Europese agenda geplaatst.
Het Belgische voorzitterschap van een bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie blijft dus in de eerste plaats een politiek signaal. Het komt er echter op een moment waarop binnen Europa belangrijke beleidskeuzes worden voorbereid, die veel concretere gevolgen kunnen hebben voor de plaats van kernenergie en de financiering ervan in Europa in de komende decennia.