Extra belastingen zijn niet de oplossing voor ons begrotingsprobleem
De zoektocht naar bijkomende begrotingsmiddelen leidt opnieuw tot voorstellen voor hogere belastingen. In deze vrije tribune legt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka, uit waarom de oplossing voor de Belgische begrotingsproblemen vooral ligt in een efficiëntere overheid, structurele hervormingen en meer economische groei.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
De Belgische begrotingsproblemen zijn vooral het gevolg van hoge overheidsuitgaven en vragen om hervormingen en groei, niet om nieuwe belastingen.
Vorige week startte de federale regering met een nieuwe budgettaire oefening die ten laatste tegen oktober moet resulteren in een begrotingstraject voor de rest van de legislatuur. Positief is alvast dat er deze keer ruim op voorhand begonnen wordt met de voorbereiding van die begroting, en dat er meteen over een traject voor meerdere jaren nagedacht wordt. Daar blijft het evenwel bij qua positief nieuws. De vele ballonnetjes die hierover de voorbije weken gelanceerd werden, zijn niet meteen geruststellend.
Waar premier De Wever eerder dacht aan een inspanning van drie à vier miljard tot het einde van deze legislatuur, en het Monitoringcomité (pré-Iran-oorlog) wees op een noodzakelijke inspanning van vijf miljard, gaf minister Van Peteghem al aan dat het eerder zo’n zeven miljard moet worden. Tegen die achtergrond werden de voorbije weken uit verschillende politieke hoeken alweer allerlei ballonnetjes gelanceerd. Veruit de meeste daarvan gaan over extra belastinginkomsten. Die gaan nogal vlot voorbij aan de realiteit van onze overheidsfinanciën.
Belastingideetjes
De voorbije weken werden ideetjes gelanceerd voor extra belastingen op vermogen, een miljonairstaks, hogere belastingen op arbeid (vooral door het schrappen van bepaalde lastenverlagingen op arbeid), hogere belastingen voor bedrijfswagens, overwinstbelastingen en een hogere btw. Daarbij wordt vlot ‘vergeten’ dat we al met een vrij zware belastingdruk zitten.
Vandaag loopt de totale belastingdruk in ons land op tot 42,3% van het bbp. Daarmee staan we op plaats zes in Europa. De Belgische belastingdruk ligt duidelijk boven het Europese gemiddelde (40,1%), en ook boven het gemiddelde in de buurlanden (41,6%). Als ook rekening gehouden wordt met wat de overheid impliciet betaalt aan sociale bijdragen voor het overheidspersoneel, waarmee ambtenaren sociale rechten opbouwen, staan we qua totale belastingdruk op plaats drie in Europa.
Ondertussen werden de voorbije weken vooral ideetjes gelanceerd over extra belastingen. De vakbonden kwamen met een plan voor 20 miljard euro aan extra belastingen, professor De Grauwe verwees vorige week naar 21 miljard euro aan ‘gemiste’ belastinginkomsten. Vandaag hebben we de zesde hoogste belastinginkomsten in Europa. Met dat soort ideeën zouden we vlot naar de koppositie gaan van zwaarste totale belastingdruk in Europa, met onvermijdelijk een belangrijke negatieve impact op onze economie.
In België halen we relatief veel inkomsten uit belastingen op arbeid, ook veel inkomsten uit allerlei belastingen op vermogen (vooral op inkomens uit en transacties van vermogens), en relatief weinig inkomsten uit btw. Als er dan toch extra inkomsten gevonden moeten worden, dan is de economisch meest zinvolle piste om die te zoeken in de btw, gecombineerd met een correctie op de indexering. Dat zou ook minder verstorend zijn dan nog hogere belastingen op arbeid en/of kapitaal, de twee belangrijkste productiefactoren in onze economie.
Uitgaven niet vergeten
De vele ideetjes voor extra belastinginkomsten suggereren dat volgens sommigen het probleem van onze overheidsfinanciën aan een gebrek aan inkomsten ligt. Dat negeert evenwel de uitgavenkant. Met 54,4% van het bbp behoren de Belgische overheidsuitgaven vandaag tot de vier hoogste van Europa. Volgens het IMF gaan we zonder ingrepen tegen 2031 naar de tweede hoogste overheidsuitgaven onder de industrielanden.
Deze legislatuur zouden de belastinginkomsten wel met 1% van het bbp afnemen, vooral door de in 2029 geplande verlaging van de personenbelasting, terwijl de overheidsuitgaven min of meer stabiel zouden blijven. Dat deze regering nog steeds een duidelijke verlaging van de personenbelasting plant, terwijl ze tegelijkertijd een begrotingstekort heeft dat in de tientallen miljarden loopt, blijft opmerkelijk en economisch weinig logisch.
Niettemin ligt de oorzaak van onze budgettaire problemen niet aan de inkomstenzijde. Sinds 2007, de laatste keer dat we een begroting in evenwicht hadden, zijn de belastinginkomsten wel met 0,9% van het bbp gedaald. Maar in dezelfde periode zijn de overheidsuitgaven met 5,8% van het bbp gestegen. Dat betekent vandaag zo’n zes miljard euro minder belastinginkomsten en 39 miljard euro meer uitgaven. Bovendien zullen die uitgaven, onder meer voor sociale uitgaven, rentelasten en defensie, de komende jaren verder oplopen. Het probleem van onze overheidsfinanciën zit dus grotendeels aan de uitgavenkant. De oplossing zou dus ook vooral daar gezocht moeten worden.
Veel grotere uitdaging wacht nog
De federale regering gaat nu op zoek naar zeven miljard euro, maar dat zal nog lang niet de laatste inspanning zijn. Het totale begrotingstekort van al onze overheden samen loopt dit jaar op tot 33 miljard euro, waarvan 24 miljard euro voor rekening van het federale niveau. Een inspanning van zeven miljard euro zal dus niet volstaan.
Als we niets doen aan de huidige toestand van onze overheidsfinanciën, loopt onze overheidsschuld de komende jaren verder op. Op basis van voorzichtige hypothesen rond groei en inflatie liggen we op schema voor een overheidsschuld van meer dan 200% van het bbp tegen 2050. Mocht de rente verder oplopen of de economische groei tegenvallen, dan loopt dat nog verder op. Ook met een inspanning van zeven miljard euro blijft de schuld toenemen, maar zouden we uitkomen op 180% van het bbp tegen 2050.
Het Rekenhof gaf al aan dat een inspanning van 15 à 20 miljard euro nodig is om het begrotingstekort naar 3% van het bbp te krijgen. Om de overheidsschuld op lange termijn te stabiliseren, nog niet te verlagen, is zelfs eerder een inspanning van zo’n 25 miljard euro nodig, inclusief de vergrijzingsfactuur. De bedoeling was al langer om de inspanning over twee legislaturen te spreiden, maar het ziet er meer en meer naar uit dat het zwaartepunt van de sanering naar de volgende legislatuur doorgeschoven wordt. De recentste peilingen geven ondertussen aan dat een verdere inspanning na 2029 heel moeilijk dreigt te worden.
Focus op groei
Hogere belastingen zetten een rem op de economische groei, en minder economische groei impliceert een groter begrotingstekort. Voor sommige belastingen geldt dat effect sterker dan voor andere. De oplossing voor onze aanzienlijke budgettaire uitdagingen ligt in een veel efficiëntere overheid die zich concentreert op haar kerntaken, gecombineerd met een lange reeks hervormingen die ons groeipotentieel structureel versterken. Niet in almaar nieuwe ideetjes voor extra belastingen.
Bart Van Craeynest
Hoofdeconoom bij Voka en auteur van België kan beter