Na schandaal rond Jason Arday opnieuw ophef in Cambridge: islamistische professor noemde westers onderwijs ‘bedreiging’ voor moslims
Het schandaal rond Jason Arday lijkt voor Cambridge de doos van Pandora te openen. Nu ligt Farah Ahmed onder vuur, professor aan dezelfde faculteit Onderwijswetenschappen. Ze heeft een islamistisch verleden en noemde westers onderwijs een ‘bedreiging’ voor moslims en democratie een ‘corrupte traditie’.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Na het schandaal rond Jason Arday duikt aan dezelfde Cambridge-faculteit opnieuw een omstreden benoeming op. Farah Ahmed keerde zich tegen westers onderwijs, integratie en democratie en verdedigde jarenlang uitgesproken islamistische ideeën.
Inhoud
- ‘Westers onderwijs bedreigt moslims’
- Van radicale islam naar Cambridge
- Islamitisch onderwijs boven diploma’s en wetenschap
- Jason Arday opent de doos van Pandora
- ‘Het Westen richt zichzelf te gronde’
- Doorgeschoten woke denken
- Academische vrijheid als makkelijk antwoord
- Deze afgang heeft Cambridge over zichzelf afgeroepen
Amper een week na het vertrek van Jason Arday valt alweer een lijk uit de kast bij Cambridge University. Ditmaal draait de ophef rond Farah Ahmed, professor aan dezelfde faculteit Onderwijswetenschappen. Ahmed doet onderzoek naar islamitische onderwijsfilosofie en pedagogiek. Ze heeft meer dan 25 jaar ervaring in het Britse islamitische onderwijs. Teksten uit haar verleden werpen nu een ander licht op haar academische loopbaan.
‘Westers onderwijs bedreigt moslims’
Ahmed was vroeger betrokken bij Hizb ut-Tahrir. Die radicale islamistische beweging streeft naar de oprichting van een islamitisch kalifaat. In de brochure Education and Identity uit 2002 trok Ahmed hard van leer tegen het Britse onderwijs. De tekst werd in 2017 opnieuw gepubliceerd.
‘De moslimgemeenschap in Groot-Brittannië moet erkennen dat westers onderwijs een bedreiging vormt voor onze overtuigingen en waarden’, schreef ze. Ook integratie moest het ontgelden. Pogingen van Britse scholen om moslimkinderen te integreren, zouden nieuwe generaties voortbrengen die de islam verwerpen. Het nationale curriculum omschreef Ahmed als ‘systematische indoctrinatie’.
Democratie noemde ze een ‘corrupte traditie’. Daarnaast had ze kritiek op scholen die leerlingen bijbrengen dat polygamie en huwelijken onder de leeftijd van zestien jaar achterhaald en discriminerend tegenover vrouwen zijn.
Zelfs Engelse literatuur vormde een probleem. Engels was in haar ogen ‘een van de schadelijkste vakken’ die een school kan aanbieden. Sprookjes zouden seculiere en immorele ideeën verspreiden. Romeo and Juliet zou ongehoorzaamheid tegenover ouders en seks voor het huwelijk aanmoedigen. Ook de evolutieleer botste in haar ogen met de islam.
Van radicale islam naar Cambridge
Daarbij is de chronologie belangrijk. Hizb ut-Tahrir was niet verboden toen Ahmed er actief was en haar teksten schreef. Bovendien nam ze lang voor het verbod afstand van de beweging. In 2010 verklaarde Ahmed dat ze al enkele jaren geen lid meer was. Ze gaf ook aan dat ze niet alle politieke standpunten van Hizb ut-Tahrir deelde.
Pas in januari 2024 verbood de Britse regering Hizb ut-Tahrir als terreurorganisatie. De beweging had na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 de gebeurtenissen in Israël geprezen en sprak over Hamas als ‘helden’. Voor de Britse regering was dat een belangrijke reden om in te grijpen. Ahmed had de beweging toen al jaren verlaten.
Ahmed was dus geen lid van een verboden terreurorganisatie. Ze was actief bij een radicale islamistische beweging die vele jaren na haar vertrek officieel als terreurgroep werd verboden. Die nuance is juridisch belangrijk. Ze verandert niets aan de inhoud van haar eigen uitspraken.
Islamitisch onderwijs boven diploma’s en wetenschap
De controverse blijft bovendien niet beperkt tot teksten van meer dan twintig jaar geleden. Ahmeds recentere academische werk roept de vraag op hoeveel afstand ze intussen van haar vroegere ideeën heeft genomen.
In 2023 organiseerde ze mee een conferentie over islam, wetenschap en onderwijs. Daar werd wetenschap onder meer bekeken als onderdeel van een breder ‘modernistisch en koloniaal project’. Ook de opvatting van wetenschap als ‘objectieve kennis’ werd ter discussie gesteld.
Later dat jaar organiseerde Ahmed mee een conferentie die conventionele lerarenopleidingen wilde ‘afleren’. In de plaats moest een islamitisch geïnspireerde benadering komen. Leraren moesten hun aandacht opnieuw richten op de voorbereiding van moslimleerlingen op de akhira: het eeuwige leven na de dood.
Ahmed werkte daarnaast mee aan de toolkit How Islamic is my school. Daarin wordt het islamitische onderwijsconcept afgezet tegen een model waarin geletterdheid, rekenen, vakkennis en kwalificaties centraal staan. De taal is academischer geworden. De vraag is hoeveel de achterliggende ideeën veranderd zijn.
Jason Arday opent de doos van Pandora
Voor Cambridge komt de nieuwe controverse bijzonder ongelegen. Jason Arday werkte aan dezelfde faculteit Onderwijswetenschappen. Hij stapte vorige week met onmiddellijke ingang op nadat de universiteit een onderzoek was begonnen naar zijn academische kwalificaties. Daarnaast waren beschuldigingen van plagiaat opgedoken.
Zijn benoeming had al een stevig debat veroorzaakt over de selectiecriteria van Cambridge. Ook de rol van het diversiteitsbeleid bij academische benoemingen kwam daarbij ter discussie. De universiteit kondigde na de affaire aan bepaalde rekruteringsprocedures opnieuw te bekijken.
Nu ligt opnieuw een academicus van dezelfde faculteit onder het vergrootglas. De twee zaken verschillen fundamenteel. Bij Arday gaat het onder meer over kwalificaties en plagiaat. Bij Ahmed draait het om haar islamistische verleden en de vraag hoeveel afstand ze daarvan heeft genomen.
Maar samen openen ze voor Cambridge de doos van Pandora. Als twee dergelijke dossiers kort na elkaar opduiken binnen dezelfde faculteit, wordt het moeilijker om elke affaire als een ongelukkig incident af te doen. De vragen richten zich daardoor steeds nadrukkelijker op Cambridge zelf. Wie wordt er aangeworven? Welke criteria geven de doorslag? En hoe grondig onderzoekt de universiteit het verleden en het werk van kandidaten?
‘Het Westen richt zichzelf te gronde’
The Spectator, dat de oude teksten van Ahmed opnieuw onder de aandacht bracht, spaart Cambridge niet. Journalist Andrew Gilligan ziet haar benoeming als een symptoom van een veel breder probleem.
Gilligan ziet opvallend veel continuïteit tussen Ahmeds oude teksten en haar recentere academische werk. De ideeën uit haar vroegere islamistische periode zijn vandaag, schrijft hij, vooral verpakt in ‘iets deftiger taal voor een goedgelovig academisch publiek’.
Hij omschrijft de zaak-Ahmed als een nieuw voorbeeld van ‘hoe Groot-Brittannië en het Westen zichzelf langzaam te gronde richten’. Veel vertrouwen in een reactie van de instellingen heeft Gilligan niet. ‘Ik voorspel dat de autoriteiten helemaal niets zullen doen’, schrijft hij. Hij verwacht dat de aangehaalde feiten opnieuw zonder gevolgen zullen blijven.
Doorgeschoten woke denken
Daarna volgt zijn scherpste sneer. ‘Wanneer Ahmed zegt dat de Britse samenleving corrupt is, bewijst haar benoeming dat ze wellicht gelijk heeft’, besluit Gilligan. Zijn woorden mogen dan al polemisch zijn, ze raken aan de vraag die na het schandaal rond Arday steeds moeilijker te ontwijken valt: hoe beoordeelt Cambridge wie het aanwerft?
En hoe is het mogelijk dat iemand met zo'n onversneden islamistische opvattingen over democratie, westerse waarden en onderwijs uiteindelijk professor wordt aan een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld? De verklaring is even simpel als ontluisterend: een doorgeschoten woke- en progressief denken waarvoor zelfs de meest elementaire academische normen moeten wijken.
Academische vrijheid als makkelijk antwoord
De faculteit beroept zich gemakkelijkheidshalve op academische vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Academici moeten controversiële ideeën kunnen onderzoeken en verdedigen. Andere wetenschappers moeten die ideeën op hun beurt vrij kunnen bestrijden.
Dat principe is essentieel. Een universiteit die alleen aanvaardbare ideeën duldt, houdt op een universiteit te zijn. Maar daarmee zijn niet alle vragen beantwoord. Academische vrijheid beschermt het recht van een academicus om controversiële opvattingen te verdedigen. Ze verplicht Cambridge niet om die academicus aan te werven.
Daarom draait de affaire niet alleen om wat Ahmed ruim twintig jaar geleden schreef. Cambridge mag ook uitleggen wat het van die teksten wist toen het haar benoemde. En vooral: wat denkt Ahmed vandaag over haar vroegere uitspraken over democratie, integratie en westers onderwijs?
Deze afgang heeft Cambridge over zichzelf afgeroepen
Het contrast is moeilijk te negeren. Een van de meest prestigieuze universiteiten van het Westen laat studenten begeleiden door een academicus die westers onderwijs ooit als een bedreiging voor moslims beschouwde. Na twee controverses aan dezelfde faculteit kan Cambridge de schuld moeilijk elders leggen. Deze afgang heeft de universiteit vooral over zichzelf afgeroepen. De doos van Pandora staat open.