Recordbedrag van 61 miljard euro in liquidatiereserves nu belasting stijgt naar 18 procent
Belgische ondernemingen hadden in 2024 samen meer dan 61 miljard euro in liquidatiereserves opgebouwd. Deze week stemt de Kamer over een programmawet die de belasting op liquidatiereserves verhoogt naar 18 procent. Intussen halen steeds meer ondernemers versneld geld uit hun vennootschap om de hogere belasting te vermijden.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Nu de Kamer stemt over een belasting van 18 procent op liquidatiereserves, blijkt dat Belgische ondernemingen in 2024 samen meer dan 61 miljard euro hadden opgebouwd.
Bedrag bijna verdubbeld in vijf jaar
De cijfers blijken uit een parlementaire vraag van Vincent Van Quickenborne (Anders) aan minister van Financiën Jan Jambon (N-VA). Opvallend daarbij is dat het totale bedrag in vijf jaar tijd bijna verdubbeld is. In 2020 ging het namelijk nog om iets meer dan 31 miljard euro. Tegen aanslagjaar 2024 was dat gestegen naar ruim 61,3 miljard euro.
Alleen al in 2024 kwam er bijna 13 miljard euro bij. Daarnaast steeg ook het aantal ondernemingen dat van het systeem gebruikmaakt. Intussen hebben bijna 150.000 vennootschappen een liquidatiereserve opgebouwd.
Bijna 150.000 vennootschappen
De cijfers tonen duidelijk hoe populair liquidatiereserves de voorbije jaren werden. In 2020 maakten iets minder dan 119.000 ondernemingen gebruik van het systeem. Vier jaar later waren dat er al bijna 150.000.
Steeds meer ondernemers kiezen ervoor om winsten in hun vennootschap te houden en later fiscaal voordelig uit te keren. Een liquidatiereserve laat ondernemingen toe om winst in de vennootschap te parkeren en later onder gunstigere voorwaarden uit te keren. Bij het aanleggen van die reserve betaalt de onderneming eerst een afzonderlijke heffing van 10 procent.
Dat levert de overheid tegelijk veel inkomsten op. Concreet werd in aanslagjaar 2024 voor bijna 12,94 miljard euro aan nieuwe liquidatiereserves aangelegd. Daardoor ontving de overheid ongeveer 1,29 miljard euro aan extra belastingen via die afzonderlijke heffing van 10 procent.
Extra pensioenbuffer voor ondernemers
Voor veel zelfstandigen en familiale bedrijven is het systeem bijzonder belangrijk. Sommigen gebruiken het als extra pensioenbuffer. Anderen bouwen zo reserves op voor moeilijkere periodes of toekomstige investeringen.
Daarnaast zorgde het systeem jarenlang voor voorspelbaarheid. Ondernemers wisten vooraf welke fiscale regels golden en konden hun financiële planning daarop afstemmen.
Vandaag betaalt een onderneming eerst een afzonderlijke heffing van 10 procent bij het aanleggen van een liquidatiereserve. Wanneer die reserve later wordt uitgekeerd, geldt een bijkomende belasting. Door de nieuwe programmawet stijgt die totale belastingdruk op uitkeringen naar 18 procent.
Kamer stemt over belasting van 18 procent
Opvallend daarbij is dat de federale regering de fiscale regels opnieuw aanpast. Zo verhoogde de regering-De Wever het tarief eerder al van 13,65 procent naar 15 procent via de programmawet van 18 juli 2025.
Nu stemt de Kamer opnieuw over een programmawet die de belastingdruk op uitkeringen via liquidatiereserves verder verhoogt naar 18 procent. Die voortdurende wijzigingen tasten het vertrouwen van ondernemers aan. Veel zelfstandigen en kmo’s maken hun financiële planning namelijk jaren op voorhand en rekenen daarbij op stabiele fiscale regels.
“De regering verandert de spelregels”
Van Quickenborne spaart de regering niet. “Eerst van 13,65 procent naar 15 procent via de programmawet van 18 juli 2025. En nu opnieuw naar 18 procent via de programmawet die donderdag wordt gestemd.”
“Die fiscale onzekerheid knaagt aan het vertrouwen”, vervolgt hij. “Het is een constante bij deze regering: ondernemers viseren, belastingen verhogen en regels verstrengen.” De opeenvolging van fiscale wijzigingen leidt tot grote onzekerheid bij ondernemers. Zeker familiale bedrijven rekenen vaak op stabiele regels wanneer ze investeringen of pensioenplannen voorbereiden.
Ondernemers keren versneld dividenden uit
De strengere fiscale regels zorgen intussen ook voor een duidelijke gedragsverandering bij ondernemers. Volgens recente cijfers van Financiën haalden veel bedrijfsleiders de voorbije maanden versneld geld uit hun vennootschap om nog gebruik te maken van het lagere tarief van 15 procent.
Daardoor steeg de opbrengst uit roerende voorheffing op dividenden in januari tot 332 miljoen euro. Een jaar eerder ging het nog om 198 miljoen euro.
Ook eind vorig jaar was die impact al zichtbaar. Volgens het Rekenhof keerden veel vennootschappen versneld dividenden uit om een hogere belasting te vermijden. De roerende voorheffing op die uitkeringen steeg daardoor met honderden miljoenen euro’s.
Rekenhof waarschuwt voor tijdelijke inkomsten
Volgens Van Quickenborne tonen die cijfers aan dat belastingverhogingen het gedrag van ondernemers sterk beïnvloeden. “Rechtszekerheid en voorspelbaarheid zijn cruciaal voor wie investeert en onderneemt. De regering-De Wever treedt die principes met de voeten.”
Daarnaast waarschuwt het Rekenhof dat zulke uitzonderlijk hoge inkomsten tijdelijk zijn. Volgens het Rekenhof kunnen die piekinkomsten later zelfs negatieve gevolgen hebben voor de begroting.
Het debat over liquidatiereserves lijkt dan ook nog lang niet voorbij. Integendeel: nu het totale bedrag blijft stijgen en ondernemers versneld geld uit hun vennootschap halen, wordt ook de politieke discussie almaar scherper.