Huizen kopen wordt duurder: wat de stijgende rente betekent voor Belgische gezinnen
De nieuwe renteverhoging van de ECB zal rechtstreeks voelbaar zijn in de portemonnee van de Belgen. Hypothecaire leningen worden duurder. Sparen levert dan weer meer op, maar nog altijd niet genoeg om een inflatie van bijna 4 procent te compenseren.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
De hogere rente maakt lenen duurder voor gezinnen, bedrijven en de overheid, waardoor vastgoed en investeringen onder druk komen te staan, terwijl spaarders profiteren van hogere rendementen.
De nieuwe renteverhoging van de Europese Centrale Bank blijft niet beperkt tot de financiële markten. Voor Belgische gezinnen kan dat heel concreet betekenen dat hypothecaire leningen duurder worden, hun leencapaciteit afneemt en spaarproducten daarentegen iets meer opbrengen.
De hypotheekrente is de voorbije maanden al fors gestegen en bedraagt inmiddels meer dan 4,30 procent voor bepaalde looptijden van 20 of 25 jaar, meldt Sudinfo. Voor wie een woning wil kopen, wordt de rekensom daardoor steeds moeilijker. Wie dezelfde maandelijkse afbetaling wil behouden, zal minder kunnen lenen en mogelijk zijn verwachtingen over de gewenste woning moeten bijstellen.
Bij eenzelfde geleend bedrag stijgt de maandelijkse aflossing door de hogere rente. Het verschil kan oplopen tot enkele tientallen euro’s per maand, waardoor sommige gezinnen hun budget moeten verlagen of hun aankoopplannen uitstellen.
De vastgoedmarkt kan vertragen
De verstrakking komt op een moment dat de Belgische vastgoedmarkt zich nog relatief goed staande hield. Volgens de Notarisbarometer steeg het aantal verkopen in het tweede kwartaal van 2026 met 1,5 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar.
In Wallonië nam de verkoop van appartementen zelfs met 10 procent toe. De stijgende rente kan die dynamiek nu gedeeltelijk doorbreken, doordat de koopkracht op de vastgoedmarkt automatisch afneemt.
Ook wie al een lening met variabele rente heeft, moet de situatie goed opvolgen. De maandelijkse aflossingen kunnen immers veranderen naargelang de voorwaarden die in het contract zijn vastgelegd.
Moeten nieuwe kredietnemers dan absoluut kiezen voor een vaste rente? Vincent Juvyns, Chief Investment Strategist bij ING België, nuanceert dat. Een vaste rente beschermt de kredietnemer tegen nieuwe renteverhogingen, maar die zekerheid heeft momenteel een hoge prijs. Met een variabele rente kunnen kredietnemers dan weer profiteren als de rente in de toekomst opnieuw daalt.
“Bij leningen met een looptijd van 20 jaar kan je je voorstellen dat de rente binnen een jaar mogelijk weer daalt”, legt hij uit aan Sudinfo.
Er bestaat ook een tussenoplossing: de zogenaamde ‘comboformules’. Daarbij geldt eerst een vaste rente, waarna die wordt omgezet in een variabele rente. De beste keuze hangt uiteindelijk af van de financiële situatie van het gezin en van de mate waarin het een mogelijke schommeling van de maandelijkse aflossingen kan opvangen.
Goed nieuws voor spaarders
De stijgende rente heeft voor spaarders ook een positieve kant. Op sommige termijnrekeningen ligt het brutorendement inmiddels tussen 3 en 4 procent.
Toch benadrukt Vincent Juvyns dat die rentevoeten onvoldoende zijn om de koopkracht van het spaargeld op peil te houden zolang de inflatie rond 4 procent schommelt. Ook de belastingen op bepaalde spaarproducten drukken het rendement dat spaarders uiteindelijk overhouden.
“De inflatie bedraagt 4 procent en er is niets dat 4 procent opbrengt”, vat de beleggingsstrateeg van ING België het samen.
Voor spaargeld dat bedoeld is voor de lange termijn raadt hij daarom aan om te kijken naar een bredere spreiding, in plaats van het volledige vermogen op traditionele spaarproducten te laten staan. Daarbij moet het risico uiteraard worden afgestemd op de financiële situatie en de doelstellingen van elke spaarder.
Een rem op de economische groei
Het probleem beperkt zich echter niet tot hypothecaire leningen. Wanneer lenen duurder wordt, gaan zowel gezinnen als bedrijven voorzichtiger om met krediet voor aankopen of investeringen.
“Het is een mechanische rem op de economische groei”, waarschuwt Vincent Juvyns.
De nieuwe renteverhoging komt bovendien op een moment van grote onzekerheid. Het conflict in het Midden-Oosten voedt de zorgen over de energieprijzen en de inflatie. Ook de mogelijke invoering van nieuwe belastingen of belastingverhogingen kan gezinnen ertoe aanzetten om voorzichtiger met hun geld om te springen.
Het doel van een restrictief monetair beleid is precies om de vraag af te remmen en zo de inflatiedruk onder controle te krijgen. Maar dat heeft ook een heel concreet gevolg: investeringen die bij een lagere rente nog haalbaar leken, worden moeilijker betaalbaar zodra de rente stijgt.
Ook de Belgische staat betaalt meer
Tot slot zijn gezinnen en bedrijven niet de enigen die geld lenen. Ook de Belgische staat moet zich regelmatig financieren op de markten. De stijgende rente doet de kostprijs van de overheidsschuld geleidelijk oplopen, omdat leningen die vervallen tegen minder gunstige voorwaarden moeten worden geherfinancierd.
De hogere rente heeft dus niet meteen gevolgen voor de volledige overheidsschuld. Maar als de rente langdurig hoog blijft, lopen de rentelasten uiteindelijk wel op. Daardoor blijft er minder ruimte over voor andere overheidsuitgaven.
Voor de Belgen is het plaatje dan ook gemengd, maar vooral nadelig voor wie geld moet lenen. Spaarders kunnen rekenen op aantrekkelijkere rendementen, terwijl wie een woning wil kopen zijn leencapaciteit ziet afnemen.
En achter de hogere maandelijkse aflossingen van gezinnen schuilt een bredere economische impact: geld wordt duurder, investeringen worden moeilijker en ook de overheidsfinanciën komen verder onder druk te staan. Zoals Vincent Juvyns het samenvat, vormt de stijgende rente inderdaad een “mechanische rem” op de economie.