Anneleen Van Bossuyt: “Het Europese migratiepact is geen wondermiddel, maar wel een stap in de goede richting”
Van de hervorming van asielprocedures tot nieuwe migratiewetten: minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) stond de voorbije maanden vaak in de schijnwerpers. Nu het Europese migratiepact in werking treedt, verdedigt ze haar beleid en reageert ze scherp op kritiek van het middenveld en de media.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
Minister Anneleen Van Bossuyt ziet het Europese migratiepact als een belangrijke stap vooruit, terwijl ze tegelijk kritiek afwijst op haar asiel- en migratiebeleid.
Volgens Van Bossuyt biedt het Europese migratiepact nieuwe mogelijkheden om de Belgische opvangcrisis aan te pakken. “Deze tekst geeft ons een juridische basis om opvang te weigeren aan mensen met een M-statuut, op voorwaarde dat elke beslissing individueel wordt gemotiveerd”, zegt ze.
Het pact werd in 2024 goedgekeurd en treedt vrijdag in België in werking. Volgens de minister is het geen wonderoplossing, maar wel een belangrijke stap vooruit. “Dankzij dit pact zullen we opvang kunnen weigeren aan mensen die al definitief internationale bescherming kregen in een andere lidstaat. Dat is belangrijk voor België, dat nog steeds met een opvangcrisis kampt.”
Besparingen en minder opvangplaatsen
Van Bossuyt benadrukt ook de besparingen die haar departement de komende jaren moet realiseren.
“We besparen 110 miljoen euro in 2026 en voorzien nog eens 150 miljoen euro aan besparingen in 2027. Dat komt neer op 15 procent besparing per jaar.”
Die besparingen moeten volgens haar vooral voortkomen uit snellere procedures en een afbouw van het aantal opvangplaatsen. Eerder stelde ze al dat het verminderen van de opvangcapaciteit een belangrijke indicator is voor het succes van haar beleid. Volgens de minister moet dat leiden tot een menselijkere opvang voor wie daadwerkelijk recht heeft op bescherming.
Kritiek op de perceptie rond haar beleid
De minister verzet zich ook tegen de kritiek dat haar migratiebeleid regelmatig wordt teruggefloten door de Raad van State en het Grondwettelijk Hof. Volgens haar ontstaat er een verkeerd beeld van haar resultaten.
“Ik denk dat veel een kwestie van perceptie is”, zegt ze. “De meeste maatregelen die ik voorstel, worden goedgekeurd door het Parlement. Toch wordt soms de indruk gewekt dat alles wordt geblokkeerd of vernietigd.”
Ze verwijst daarbij onder meer naar de discussie rond de zogenaamde M-statuten, waarbij personen die al internationale bescherming kregen in een ander Europees land opnieuw asiel aanvragen in België. De betrokken wetgeving werd gedeeltelijk geschorst, maar volgens Van Bossuyt ten onrechte voorgesteld als een complete nederlaag.
“Als ik in de pers lees dat dit een fiasco is voor mijn asielbeleid, val ik van mijn stoel”, klinkt het.
Dwangsommen blijven onbetaald
Ook over de dwangsommen die België opgelegd kreeg wegens het tekort aan opvangplaatsen blijft Van Bossuyt bij haar standpunt. Ze weigert die bedragen te betalen zolang haar departement volgens haar niet over voldoende middelen beschikt. “Mijn departement heeft het geld niet om die dwangsommen te betalen", zegt ze. "Als ik dat wel doe, moet ik opvangplaatsen sluiten. Dan kom ik in een vicieuze cirkel terecht.”
Volgens de minister is het aantal veroordelingen met een dwangsom onder de huidige regering al aanzienlijk gedaald.
Botsing met middenveld
Van Bossuyt ligt al langer onder vuur van mensenrechtenorganisaties, advocatenverenigingen en andere middenveldorganisaties. Die verwijten haar dat verschillende migratiemaatregelen op gespannen voet staan met de rechtsstaat.
De minister verwerpt die kritiek. “Ik negeer geen enkele uitspraak van het Grondwettelijk Hof of de Raad van State”, zegt ze. Volgens haar probeert ze oplossingen te zoeken voor een migratiesysteem dat onder zware druk staat.
Daarmee lijkt het debat over migratie ook de komende maanden een van de meest gevoelige dossiers binnen de federale regering te blijven.